Decentrale regels voor beperkingengebiedactiviteit bij een weg

Gemeenten, provincies en waterschappen kunnen beperkingengebieden aanwijzen om wegen die ze in beheer hebben te beschermen. Dit is niet verplicht, maar een keuze.

Aanwijzing

Wanneer een gemeente, provincie of waterschap ervoor kiest om een beperkingengebied met betrekking tot een weg aan te wijzen, wordt dit opgenomen in het omgevingsplan, de omgevingsverordening of de waterschapsverordening. Daarin worden ook de regels gesteld die gelden voor de beperkingengebiedactiviteit bij een weg. Een voorbeeld van regels is een vergunningplicht voor een bepaalde type activiteit in een beperkingengebied. Dit kan ook een meldingsplicht of informatieplicht zijn.

Verantwoordelijkheden

Gemeenten, provincies en waterschappen zijn verantwoordelijk voor de staat en de werking van de openbare wegen die ze in beheer hebben. Dit volgt uit de artikelen 2.16 lid 1 onder b (gemeente), 2.17 lid 1 onder b (waterschap) en 2.18 lid 1 onder e (provincie) van de Omgevingswet. Door het aanwijzen van beperkingengebieden en regels te stellen voor activiteiten in die gebieden kunnen deze overheden de staat en de werking van de openbare wegen beschermen.

Relatie met de Wegenwet

Het beheer van de openbare weg is geregeld via de Wegenwet. Die wet zal op een later moment opgaan in de Omgevingswet. Want onder het bereik van de Omgevingswet valt het voorkomen dat er vanwege bepaalde activiteiten nadelige gevolgen ontstaan voor de staat en de werking van een openbare weg.

Relatie rijksweg met het omgevingsplan

Een gemeente mag in een omgevingsplan geen regels stellen die het gebruik, de instandhouding, de verbetering of de vernieuwing van een rijksweg of hoofdspoorweg rechtstreeks belemmeren. Dit staat in een instructieregel in artikel 5.163 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).