Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit

Voor een flora- en fauna-activiteit kan een omgevingsvergunning nodig zijn. Ook is het mogelijk dat er vrijstellingen zijn.

Door de strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of:

  • er soorten aanwezig zijn
  • welke soorten dat zijn

Dat geldt dus voor uiteenlopende activiteiten. Bijvoorbeeld bij het realiseren van een windturbine. Maar ook bij het plaatsen van een dakkapel.

Wanneer een vergunning nodig is, wordt in hoofdstuk 11 van het Besluit Activiteiten leefomgeving  (Bal) bepaald. Dat is  dan een omgevingsvergunning (art. 5.1 lid 2 Ow) voor een flora- en fauna-activiteit.

Provincie is bevoegd gezag

Het bevoegd gezag  is in de regel de provincie. Provincies regelen in de omgevingsverordening of en welke vrijstellingen van de omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit gelden. Dit zal in het aanvullingsbesluit Natuur worden geregeld.

Beoordelingskader

In afdeling 8.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) wordt een beoordelingskader voor de omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten opgenomen. Dat beoordelingskader sluit voor de Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten direct aan bij de strikte kaders voor afwijking van de verboden schadelijke handelingen die in de Europese richtlijnen zijn opgenomen. Dit gebeurt in het aanvullingsspoor Natuur. Een vergunning wordt onder voorwaarden verleend.