Rijksregels voor wateronttrekkingsactiviteiten

In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan algemene regels voor wateronttrekkingsactiviteiten. Deze beschrijven wanneer een onttrekkingsverbod geldt, wanneer een vergunning nodig is en wanneer de specifieke zorgplicht geldt.

Vindplaats in het Bal

De regels voor wateronttrekkingsactiviteiten staan in hoofdstuk 6 en 7 en 16 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

De regels van hoofdstuk 6 en hoofdstuk 7 van het Bal gaan over:

  • het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk
  • het onttrekken van grondwater met een voorziening in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk

Hoofdstuk 7 gaat over de Noordzee. Hoofdstuk 6 gaat over andere Rijkswateren dan de Noordzee.

Oppervlaktewater

Water onttrekken aan een rijksoppervlaktewater mag niet als het bevoegd gezag een onttrekkingsverbod heeft ingesteld. Dat kan bij een watertekort of dreigend watertekort. Dit staat in artikel 6.38 van het Bal. Dit voorschrift is niet van toepassing op de Noordzee.

Maatwerkvoorschriften

Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen volgens artikel 6.7 of 7.7 Bal. Dit kan nuttig zijn wanneer de algemene voorschriften niet goed dekkend zijn en aanvullende voorschriften nodig zijn. Afwijken, versoepelen of strenger maken, van de voorschriften zal niet zo snel bij deze activiteit aan de orde zijn, omdat het aantal voorschriften beperkt is. Er kan niet worden afgeweken van de meldingsplicht of de informatieplicht bij een ongewoon voorval.

Grondwateronttrekking

Er gelden algemene rijksregels voor grondwater onttrekken voor grootschalige industriële toepassingen (meer dan 150.000 m3/jaar water). Deze rijksregels gelden ook voor grondwater onttrekken voor openbare drinkwatervoorziening. Dit staat in hoofdstuk 16 van het Bal. De regels gelden ook voor infiltraties die samenhangen met de onttrekking. De algemene rijksregels gaan over de vergunningplicht . Dit staat in artikel 16.4 en 16.5 van het Bal.

Specifieke zorgplicht

Voor onttrekkingsactiviteiten in oppervlaktewaterlichamen in beheer bij het Rijk geldt de specifieke zorgplicht. De specifieke zorgplicht houdt in dat men nadelige gevolgen voor de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam of voor het peilbeheer voorkomt of beperkt. De specifieke zorgplicht geldt ook voor het onttrekken van grondwater met een voorziening in een oppervlaktewater in beheer bij het Rijk. Dit staat in artikel 6.34 van het Bal.

Voor alle andere onttrekkingen van grondwater geldt geen specifieke zorgplicht. Dit staat in hoofdstuk 16 van het Bal.

Specifieke zorgplicht over peilbeheer

Bij droogte is het beter om geen oppervlaktewater te onttrekken. De specifieke zorgplicht legt vast dat onttrekkingen geen nadelige invloed mogen hebben op het peilbeheer. Door een onttrekking mag dus niet ineens het waterpeil zakken.

Specifieke zorgplicht over ecologie

Degene die water onttrekt moet ook rekening houden met ecologie. Het is bijvoorbeeld verplicht om te zorgen dat er geen vis wordt ingezogen. De zorgplicht stelt dat nadelige gevolgen voor de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam zo veel mogelijk moeten worden voorkomen of beperkt. Zo moet de onttrekking worden stopgezet of de inzuigsnelheid worden verlaagd in paaiperiodes. Op deze manier voorkomt de onttrekker het inzuigen van jonge vissen.

Decentrale regels voor regionale wateren en kleinschalige toepassingen

Hiervoor gelden geen rijksregels, maar kunnen decentrale regels gelden.