Specifieke zorgplicht voor ontgrondingsactiviteit in het Besluit activiteiten leefomgeving

Voor ontgrondingsactiviteiten in oppervlaktewater in beheer bij het Rijk geldt een specifieke zorgplicht. Deze staat in artikel 6.6 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Voor een ontgrondingsactiviteit in de Noordzee staat dit in artikel 7.5 van het Bal. De specifieke zorgplicht houdt in dat handelingen niet schadelijk mogen zijn voor de leefomgeving.

Vergunning en algemene regels

De meeste activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) kennen 1of meer vergunningplichten. En daarnaast een stelsel van algemene regels. Over het algemeen gesteld vallen de activiteiten met een zwaardere invloed op het milieu onder de vergunningplicht. De wat 'lichtere' activiteiten kunnen worden gereguleerd met algemene regels.

Bij ontgrondingsactiviteiten ligt dat iets anders. De wetgever heeft het niet nodig geacht om hier, naast de specifieke zorgplicht, nog andere algemene regels voor op te stellen.

Dat zit als volgt: artikel 6.28 van het Bal beschrijft welke ontgrondingsactiviteiten vergunningvrij zijn. Dit is dus anders dan hoe de andere vergunningplichten in het Bal zijn geregeld. Voor die andere vergunningplichten geldt namelijk dat die activiteiten in principe vergunningvrij zijn, tenzij dit anders is vermeld.

Ontgrondingsactiviteiten die als vergunningvrij zijn benoemd, zijn de activiteiten die mensen uitvoeren door of namens de beheerder. Of het zijn activiteiten met een geringe invloed op het milieu.

Voor alle andere ontgrondingsactiviteiten geldt dus een vergunningplicht. Het is niet nodig geacht algemene regels op te stellen. Dit omdat er vanuit wordt gegaan dat de beheerder bij ontgrondingen altijd op de meest zorgvuldige manier handelt. De beheerder is namelijk verantwoordelijk voor het waterstaatswerk waarin de ontgronding plaatsvindt.

Beperkingengebiedactiviteit

Een ontgrondingsactiviteit gaat altijd gepaard gaat met een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk. Dit volgt uit artikel 6.27 van het Bal. Hiervoor gelden dus ook de regels die gelden voor de beperkingengebiedactiviteit. Op grond van de zorgplicht moet bijvoorbeeld na afloop van de activiteit het waterstaatswerk weer zo veel als mogelijk in de oorspronkelijke staat worden gebracht. Daar valt natuurlijk niet de ontgronding zelf onder. Het gaat erom dat degene die de activiteit uitvoert, het omliggende gebied van de ontgronding weer in de oorspronkelijke staat moet terugbrengen. Bijvoorbeeld dat de aannemer de rijschade op het omliggende grasland die is ontstaan door aan- en afvoer van machines, herstelt.

Daarnaast geldt dat bij het uitvoeren van de werkzaamheden, het waterstaatswerk zo min mogelijk wordt beschadigd. De ontgrondingswerkzaamheden moeten daarom zo efficiënt mogelijk plaatsvinden. In het verlengde hiervan kan worden gesteld dat de vaartuigen waarmee gewerkt wordt ook naar behoren functioneren. Er mag bijvoorbeeld niets lekken. En als ter plaatse wordt getankt, moet dit uiteraard zorgvuldig gebeuren.

Vrije doorvaart voor de scheepvaart

Bij het uitvoeren van de ontgrondingsactiviteit:

  • mag geen hinder voor het scheepvaartverkeer ontstaan
  • moet de vrije doorvaart van schepen zijn gewaarborgd, zowel in de breedte en diepte van de vaargeul als in de hoogte boven de vaargeul
  • bouwwerken, andere werken en objecten mogen het zicht vanaf het schip niet verstoren
  • bouwwerken mogen de werking van navigatieapparatuur niet verstoren

Deze onderdelen zijn vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet opgenomen als algemene regel in de Waterregeling. Door hun generieke werking zijn ze met de inwerkingtreding van de Omgevingswet opgenomen in de zorgplicht.