Welke verplichtingen gelden er voor de ontgrondingsactiviteit?

Ontgrondingsactiviteiten kunnen plaatsvinden op het land en in het water. De locatie waar de ontgrondingsactiviteit plaatsvindt bepaalt welke regels er van toepassing zijn:

  • Ontgrondingsactiviteiten in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk (hoofdstuk 6 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
  • Ontgrondingsactiviteiten in de Noordzee (hoofdstuk 7 Bal).
  • Ontgrondingsactiviteiten op land (hoofdstuk 16 Bal).
  • Ontgrondingsactiviteiten in regionale wateren (hoofdstuk 16 Bal).
  • Ontgrondingsactiviteiten in het winterbed van een rivier in beheer bij het Rijk (hoofdstuk 16 Bal).

Vergunning

De ontgrondingsactiviteit is in principe vergunningplichtig. In een aantal gevallen hoeft er geen omgevingsvergunning aangevraagd te worden. De volgende activiteiten zijn vergunningvrij:

  • Ontgrondingsactiviteiten in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk die staan in artikel 6.28 Bal.
  • Ontgrondingsactiviteiten in de Noordzee die staan in artikel 7.27 Bal.
  • Ontgrondingsactiviteiten op land, in regionale wateren en in het winterbed van een rivier in beheer bij het Rijk die staan in artikel 16.7 en 16.8 Bal. Alleen als het doelmatig en doeltreffend is kan de provincie op grond van artikel 16.9 Bal in de omgevingsverordening:
    • afwijkende begrenzingen van de vergunningvrije gevallen van artikel 16.7 Bal opnemen
    • vergunningvrije gevallen toevoegen aan de opsomming van artikel 16.7 Bal
    • vergunningvrije gevallen uitsluiten van de opsomming van artikel 16.7 Bal

Beoordelingsregels vergunning

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met de doelen van de wet. In ieder geval worden daarbij de gevolgen van de ontgronding voor de watersystemen betrokken. Deze beoordelingsregel staat in artikel 8.76 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Melding

Er staat in het Bal geen meldingsplicht voor de ontgrondingsactiviteit.

Informatieplicht

Ontgrondingsactiviteiten voor het testen van materieel en het onderzoek naar winbare hoeveelheden stoffen zijn soms vrijgesteld van vergunningplicht. Voor deze ontgrondingsactiviteiten moet de initiatiefnemer minstens vier weken van tevoren gegevens en bescheiden aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat verstrekken. Het gaat om de gegevens en bescheiden genoemd in:

  • Artikel 6.9 en 6.33 Bal voor ontgrondingsactiviteiten in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk.
  • Artikel 7.9 en 7.31 Bal voor ontgrondingsactiviteiten in de Noordzee.

Gedoogplicht

In het kader van onderzoek kan het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit een gedoogplicht opleggen. Deze gedoogplicht heeft betrekking op onderzoek dat nodig is in het kader van de omgevingsvergunning. Bijvoorbeeld onderzoek voor de aanvraag of monitoring tijdens de uitvoering. De gedoogplicht geldt voor rechthebbenden van grond of water waarop of waarin onderzoek moet plaatsvinden (artikel 10.16 Ow).

Specifieke zorgplicht

Het stelsel van de Omgevingswet kent een aantal specifieke zorgplichten. Op de pagina over specifieke zorgplicht kunt u meer over dit onderwerp lezen. De specifieke zorgplichten lijken allemaal op elkaar, maar verschillen per activiteit. De specifieke zorgplicht voor ontgrondingsactiviteiten staat in artikel 6.6 van het Bal.


Ontgrondingsactiviteit