Ontgrondingsactiviteit: wat verandert er?

De belangrijkste wijziging is dat de ontgrondingsvergunning niet meer apart wordt aangevraagd, maar onderdeel is van de omgevingsvergunning.

Het bevoegd gezag blijft onder de Omgevingswet hetzelfde. Het bevoegd gezag is:

  • gedeputeerde staten (ontgronding op land, in regionale wateren of in het winterbed van rijksrivieren) of
  • de minister van Infrastructuur en Waterstaat (ontgronding in rijkswateren behalve in het winterbed van rijksrivieren).

Een uitzondering is de situatie dat de aanvraag gaat over minder dan 100.000 m3 in situ en meerdere activiteiten omvat. Dan kan door samenloop ook een ander bestuursorgaan bevoegd gezag zijn.

Beoordelingsregels

Net als onder de Ontgrondingenwet moet het bevoegd gezag alle belangen meewegen. Wel zijn enkele beoordelingsregels toegevoegd die belangen aanduiden die in ieder geval gewogen moeten worden. Ook is de verhouding met de beoordelingsregels voor andere vergunningplichtige activiteiten verduidelijkt.

De regeling voor planologische medewerking is vervallen. Deze hield in dat de vergunning voor een ontgronding die niet in het bestemmingsplan paste alleen verleend kon worden als er uitzicht was op aanpassing van het bestemmingsplan.


Ontgrondingsactiviteit