Ontgronding Noordzee

Voor ontgrondingsactiviteiten in de Noordzee gelden regels van het Rijk. Decentrale overheden kunnen er geen regels over stellen. De rijksregels staan in hoofdstuk 7 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

Definitie van ontgronden

Een ontgronding is iedere werkzaamheid aan of in de hoogteligging van een terrein of waarbij de bodem van een water wordt verlaagd.

Deze activiteiten vallen niet onder ontgronden in de Noordzee:

  • normale onderhouds- en herstelwerkzaamheden van een waterstaatswerk

Bevoegd gezag

De minister van Infrastructuur en Waterstaat is voor ontgronding in de Noordzee bevoegd gezag.

Algemene regels

Voor ontgrondingsactiviteiten in de Noordzee gelden:

  • de regels over de specifieke zorgplicht (artikel 7.6, lid 1 Bal)
  • de regels over maatwerkvoorschriften (artikel 7.7 Bal)

Vergunning

De ontgrondingsactiviteit is in principe vergunningplichtig. In een aantal gevallen hoeft er geen omgevingsvergunning aangevraagd te worden.

Activiteiten genoemd in artikel 7.27 van het Bal zijn vergunningvrij.

Beoordelingsregels vergunning

De vergunningverlener verleent de omgevingsvergunning alleen als de activiteit verenigbaar is met de doelen van de wet. In ieder geval betrekt de vergunningverlener daarbij de gevolgen van de ontgronding voor de watersystemen. De beoordelingsregels staan in artikel 8.76 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

De vergunningverlener weigert de omgevingsvergunning in ieder geval als:

  • de ontgronding niet veilig en stabiel is tijdens de uitvoering of na afloop
  • het gebied na afloop van het ontgronden niet goed ingericht en beheerd  wordt
  • de inrichting van de locatie niet aansluit bij de functie die daarvoor geldt

Voorschriften in de vergunning

De vergunningverlener kan voorschriften opnemen over:

  • het werkplan, bijvoorbeeld als overleg nodig is of als de vergunningaanvrager het werkplan moet voorleggen aan een bestuursorgaan
  • hoe de vergunningaanvrager aan de voorschriften kan voldoen en welke gegevens deze ter beschikking moet stellen
  • paleontologie

De vergunningverlener kan geen voorschriften opnemen waarvoor maatwerk in het Besluit activiteiten leefomgeving is uitgesloten. Dit volgt uit artikel 8.77 en 8.78 van het Bkl.

Melding

Er staat in het Bal geen meldingsplicht voor de ontgrondingsactiviteit.

Informatieplicht

Ontgrondingsactiviteiten voor het testen van materieel en onderzoek naar winbare hoeveelheden stoffen zijn soms vrijgesteld van vergunningplicht. Voor deze activiteiten moet de initiatiefnemer minstens vier weken van tevoren gegevens en stukken aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat verstrekken. Het gaat om de gegevens en stukken genoemd in artikel 7.9 en 7.31 van het Bal.

Gedoogplicht

Voor onderzoek kan het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning een gedoogplicht opleggen. Deze gedoogplicht geldt voor onderzoek dat nodig is voor de vergunning. Bijvoorbeeld onderzoek voor de aanvraag of monitoring tijdens de uitvoering. De gedoogplicht geldt voor rechthebbenden van grond of water waarop of waarin onderzoek moet plaatsvinden (artikel 10.16 Ow).

Specifieke zorgplicht

De specifieke zorgplichten voor ontgrondingsactiviteiten in de Noordzee staan in artikel 7.5 van het Bal. De specifieke zorgplicht houdt in dat handelingen niet schadelijk mogen zijn voor de leefomgeving. De wetgever vond het niet nodig om naast de specifieke zorgplicht, nog andere algemene regels op te stellen.

Beperkingengebiedactiviteit

Een ontgrondingsactiviteit gaat altijd gekoppeld aan een beperkingengebiedactiviteit voor een waterstaatswerk. Dit volgt uit artikel 7.26 van het Bal. Hiervoor gelden dus ook de regels voor de beperkingengebiedactiviteit. De zorgplicht bepaalt bijvoorbeeld dat na afloop van de activiteit het waterstaatswerk zo veel mogelijk in de oorspronkelijke staat moet worden gebracht. Daar valt natuurlijk niet de ontgronding zelf onder. Het gaat erom dat degene die de activiteit uitvoert, het omliggende gebied weer in de oorspronkelijke staat terugbrengt.

Daarnaast geldt dat het waterstaatswerk zo min mogelijk wordt beschadigd. De ontgrondingswerkzaamheden moeten daarom zo efficiënt mogelijk plaatsvinden. Vaartuigen moeten naar behoren functioneren. Er mag bijvoorbeeld niets lekken. En als ter plaatse wordt getankt, moet dit zorgvuldig gebeuren.

Vrije doorvaart voor de scheepvaart

Bij het uitvoeren van de ontgrondingsactiviteit geldt:

  • er mag geen hinder voor het scheepvaartverkeer ontstaan
  • er moet vrije doorvaart van schepen zijn, zowel in de breedte en diepte van de vaargeul als in de hoogte boven de vaargeul
  • bouwwerken, andere werken en objecten mogen het zicht vanaf het schip niet verstoren
  • bouwwerken mogen de werking van navigatieapparatuur niet verstoren

Deze onderdelen zijn vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet opgenomen als algemene regel in de Waterregeling. Door hun generieke werking zijn ze in de Omgevingswet opgenomen in de zorgplicht.

Geen decentrale regels

Voor ontgrondingsactiviteiten in de Noordzee kunnen decentrale overheden geen regels stellen.

Dit verandert er

De belangrijkste wijziging is dat de ontgrondingsvergunning niet meer apart wordt aangevraagd, maar onderdeel is van de omgevingsvergunning.

De regeling voor planologische medewerking is vervallen. Deze hield in dat de vergunning voor een ontgronding die niet in het bestemmingsplan paste alleen verleend kon worden als er uitzicht was op aanpassing van het bestemmingsplan.