Ontgronding rijkswater

Er gelden criteria en algemene regels voor ontgronden in rijkswateren. U vindt de regels in hoofdstuk 6 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

Definitie van ontgronden

Onder ontgronding vallen alle werkzaamheden die iets aan of in de hoogteligging van een terrein veranderen, of waarbij de bodem van een water wordt verlaagd.

Deze activiteiten vallen niet onder ontgronden:

  • normale onderhoudswerken
  • grondboringen en sonderingen
  • afgraven van grond in een gronddepot

Bevoegd gezag

De minister van Infrastructuur en Waterstaat is bevoegd gezag voor ontgronding in rijkswateren.

Algemene regels

Voor ontgrondingsactiviteiten in rijkswateren gelden:

Decentrale regels

Voor ontgrondingsactiviteiten in de rijkswateren zijn decentrale overheden niet bevoegd om regels te stellen. Het Rijk stelt daarvoor een algemene regel in (specifieke zorgplicht) en biedt geen mogelijkheid voor maatwerkregels.

Beoordelingsregels

Het bevoegd gezag moet alle belangen meewegen. In de toegevoegde beoordelingsregels staat welke belangen in ieder geval gewogen moeten worden. Ook is de verhouding met de beoordelingsregels voor andere vergunningplichtige activiteiten verduidelijkt.

Vergunning

De ontgrondingsactiviteit is in principe vergunningplichtig. In een aantal gevallen hoeft er geen omgevingsvergunning aangevraagd te worden.

Activiteiten genoemd in artikel 6.28 van het Bal zijn vergunningvrij.

Beoordelingsregels vergunning

De vergunningverlener verleent de omgevingsvergunning alleen als de activiteit verenigbaar is met de doelen van de wet. De beoordelingsregels staan in artikel 8.76 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

De vergunningverlener weigert de omgevingsvergunning in ieder geval als:

  • de ontgronding niet veilig en stabiel is tijdens de uitvoering of na afloop
  • het gebied na afloop niet goed ingericht en beheerd wordt
  • de inrichting van de locatie niet aansluit bij de functie die daarvoor geldt

Voorschriften in de vergunning

De vergunningverlener kan voorschriften opnemen over:

  • het werkplan, bijvoorbeeld als overleg nodig is of als de vergunningaanvrager het werkplan moet voorleggen aan een bestuursorgaan
  • hoe de vergunningaanvrager aan de voorschriften kan voldoen en welke gegevens hij ter beschikking moet stellen
  • paleontologie

De vergunningverlener mag ook andere voorschriften stellen. Bijvoorbeeld over de steilte van het talud om instortingen te voorkomen, of over veiligheid van omwonenden. De vergunningverlener kan geen voorschriften opnemen waarvoor maatwerk in het Bal is uitgesloten. Dit volgt uit artikel 8.77 en 8.78 van het Bkl.

Meldplicht

Er staat in het Bal geen meldplicht voor de ontgrondingsactiviteit.

Informatieplicht

Ontgrondingsactiviteiten voor het testen van materieel en onderzoek naar winbare hoeveelheden stoffen zijn soms vrijgesteld van vergunningplicht. Voor deze activiteiten moet de initiatiefnemer minstens vier weken van tevoren gegevens en stukken verstrekken aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Om welke gegevens en stukken het gaat, staat in artikel 6.9 en 6.33 van het Bal.

Gedoogplicht

Het bevoegd gezag kan een gedoogplicht opleggen in de omgevingsvergunning voor onderzoek. Dit geldt voor onderzoek dat nodig is voor de vergunning. Bijvoorbeeld voor de aanvraag of voor monitoring tijdens de uitvoering. De gedoogplicht geldt voor rechthebbenden van grond of water waar onderzoek moet plaatsvinden. Dit staat in artikel 10.16 van de Omgevingswet.

Specifieke zorgplicht

De specifieke zorgplichten voor ontgrondingsactiviteiten in de rijkswateren staan in artikel 6.6 van het Bal. De specifieke zorgplicht houdt in dat handelingen niet schadelijk mogen zijn voor de leefomgeving.

De wetgever heeft het niet nodig geacht om nog andere algemene regels voor op te stellen. Artikel 6.28 van het Bal beschrijft welke ontgrondingsactiviteiten vergunningvrij zijn. Dit is dus anders dan hoe de andere vergunningplichten in het Bal zijn geregeld.

Beperkingengebiedactiviteit

Een ontgrondingsactiviteit is altijd gekoppeld aan een beperkingengebiedactiviteit waterstaatswerk. Dit volgt uit artikel 6.27 van het Bal. Hiervoor gelden dus ook de regels die gelden voor de beperkingengebiedactiviteit. De zorgplicht bepaalt bijvoorbeeld dat na afloop van de activiteit het waterstaatswerk weer zo veel mogelijk in de oorspronkelijke staat wordt gebracht. Daar valt natuurlijk niet de ontgronding zelf onder. Het gaat erom, dat degene die de activiteit uitvoert het omliggende gebied van de ontgronding weer in de oorspronkelijke staat terugbrengt.

Daarnaast geldt dat het waterstaatswerk zo min mogelijk wordt beschadigd. De ontgrondingswerkzaamheden moeten daarom zo efficiënt mogelijk plaatsvinden. Vaartuigen waarmee men werkt moeten ook naar behoren functioneren. Er mag bijvoorbeeld niets lekken. En als ter plaatse wordt getankt, moet dit zorgvuldig gebeuren.

Vrije doorvaart voor de scheepvaart

Bij het uitvoeren van de ontgrondingsactiviteit:

  • mag geen hinder voor het scheepvaartverkeer ontstaan
  • moet de vrije doorvaart van schepen gewaarborgd zijn, zowel in de breedte en diepte van de vaargeul als in de hoogte boven de vaargeul
  • mogen bouwwerken, andere werken en objecten het zicht vanaf het schip niet verstoren
  • mogen bouwwerken de werking van navigatieapparatuur niet verstoren

Deze onderdelen zijn vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet opgenomen als algemene regel in de Waterregeling. Door hun generieke werking zijn ze in de Omgevingswet opgenomen in de specifieke zorgplicht.