Welke vergunningplicht geldt er voor de rijksmonumentenactiviteit?

Het Rijk beschermt rijksmonumenten onder meer door activiteiten op, aan, in of bij een rijksmonument alleen mogelijk te maken met een omgevingsvergunning. Dit is de omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit.

Een aantal activiteiten zijn aangewezen als vergunningvrije gevallen. Die zijn voor monumenten en archeologische monumenten verschillend. Uitzonderingen van de vergunningplicht zijn bijvoorbeeld:

  • Een aantal reguliere werkzaamheden gericht op het behoud van de monumentale waarden.
  • Inpandige wijzigingen van een onderdeel zonder monumentale waarde.
  • Als een monument ook een begraafplaats is, dan is voor begravingen, asbijzettingen en het plaatsen van en grafmonument geen vergunning nodig.

De uitzonderingen op de vergunningplicht staan in artikel 13.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

Bevoegd gezag

Het bevoegd gezag voor de beslissing op de vergunningaanvraag is in de meeste gevallen de gemeente. Met de Invoeringswet Omgevingswet en het Invoeringsbesluit wordt geregeld dat de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beslist op aanvragen om een omgevingsvergunning die alleen betrekking hebben op een archeologische rijksmonumentenactiviteit.

Beoordelingsregels

De beoordelingsregels voor de omgevingsvergunning bij een rijksmonumentenactiviteit staan in artikel 8.80 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het bevoegd gezag mag de omgevingsvergunning alleen verlenen als de activiteit in overeenstemming is met het belang van de monumentenzorg. Het bevoegd gezag moet hierbij rekening houden met de volgende beginselen, die ook in internationale verdragen zijn vastgelegd:

  1. Het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van monumenten en archeologische monumenten
  2. Het voorkomen van verplaatsing van monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend vereist is voor het behoud van die monumenten
  3. Het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten. Hierbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de monumentale waarden
  4. Het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten. Dit gebeurt bij voorkeur op dezelfde plek en zonder verstoring.

Particulier bezit

Het merendeel van rijksmonumenten is in particulier bezit. Veelal zal de particulier degene zijn die het rijksmonument onderhoudt en soms ook aanpassing van het rijksmonument wenst. De vergunningplicht voor de rijksmonumentenactiviteit heeft dus vooral gevolgen voor de eigenaar en/of de gebruiker van het rijksmonument.


Cultureel erfgoed