Rijksregels beperkingengebiedactiviteit waterstaatswerk

De Omgevingswet maakt verschil tussen waterstaatswerken in beheer bij het rijk en regionale waterstaatswerken. De begrenzing van de beperkingengebieden van waterstaatswerken in beheer bij het rijk wordt aangewezen in de Omgevingsregeling bij de Omgevingswet.

Ook onderdelen van waterstaatswerken kunnen als beperkingengebied worden aangewezen. Denk dan bijvoorbeeld aan het winterbed van rivieren of de stroomvoerende delen van rijkswateren.

De minister van Infrastructuur en Waterstaat is het bevoegd gezag als het gaat om een beperkingengebiedactiviteit voor een waterstaatswerk in beheer bij het rijk. De rijksregels gelden alleen voor de waterstaatswerken die in het beheer zijn van het rijk.

Welke rijksregels gelden er?

Voor beperkingengebieden bij rijkswaterstaatswerken zijn algemene regels opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Deze regels staan in hoofdstuk 6 van het Bal voor de waterstaatswerken behalve de Noordzee. In hoofdstuk 7 staan de regels voor de beperkingengebiedactiviteiten in de Noordzee.

Specifieke zorgplicht

Voor beperkingengebiedactiviteiten in rijkswaterstaatswerken geldt altijd de specifieke zorgplicht. Een overzicht van wat deze zorgplicht minstens inhoudt is in de artikelen 6.6 en 7.6 van het Bal terug te vinden. Het gaat dan om zaken als:

  • ervoor zorgen dat de stabiliteit van oeverconstructies niet in gevaar wordt gebracht
  • nadelige gevolgen voor de ecologische toestand van het water voorkomen
  • ruimte laten voor een eventuele vergroting van de afvoercapaciteit van het water
  • het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan beperken
  • bij vaarwegen mag de veilige en vlotte doorvaart niet worden belemmert en er mag geen hinder zijn voor de navigatieapparatuur

Algemene regels voor bouwwerken

De algemene regels voor bouwwerken in en bij oppervlaktewateren gelden altijd. Deze regels zijn bedoeld om verontreiniging van het oppervlaktewater te voorkomen. Deze regels zijn opgenomen voor de Noordzee in paragraaf 7.2.1 en voor andere oppervlaktewateren in paragraaf 6.2.1 van het Bal. Er staat een verbod op het lozen van afvalwater afkomstig van het reinigen of conserveren van bouwwerken met daarbij een enkele uitzondering. En er is een verplichting om een werkinstructie te hebben bij reinigen en conserveren van bouwwerken en bij het bouwen en slopen van bouwwerken.

Verder staat er in de algemene rijksregels een maximale emissiewaarde voor stof naar de lucht vanuit een hulpconstructie bij het reinigen en conserveren van 10 mg/Nm3 . Doel hiervan is de verontreiniging van het oppervlaktewater te voorkomen of te beperken.