Beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg

Rondom wegen kunnen overheden gebieden aanwijzen waar beperkingen gelden. Als iemand in zo’n beperkingengebied een activiteit wil uitvoeren, heet dat in de Omgevingswet een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg.

Wat is een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg?

De Omgevingswet wijst beperkingengebieden voor rijkswegen aan. De Omgevingswet noemt een handeling in een beperkingengebied een ‘beperkingengebiedactiviteit’. Het gaat hier om een weg, dus heet dit een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg. Een voorbeeld hiervan is het aanbrengen van objecten op, naast, onder of over de weg. Denk bijvoorbeeld aan kabels en leidingen, bouwwerken, bermmonumenten, reclame-uitingen en andere borden. Het gaat daarbij niet alleen om het aanbrengen van die objecten, maar ook het aanpassen, verwijderen of beheren daarvan.

Andere werkzaamheden in het beperkingengebied zijn bijvoorbeeld het beheer van langs de weg liggende sloten, bomen, struiken en ander groen.

Waarom een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg?

Gelet op de definitie van het beperkingengebied is het wel van belang of de genoemde activiteiten nadelige gevolgen hebben of kunnen hebben voor de weg.

Het doel van de wet is ervoor te zorgen en er borg voor te staan dat:

  • gebruikers de weg doelmatig ofwel efficiënt kunnen gebruiken, bijvoorbeeld zonder al te veel opstoppingen of belemmeringen
  • wegen veilig zijn voor gebruikers

Een beperkingengebied voorkomt dat er op of in de nabijheid van wegen activiteiten plaatsvinden die nadelige gevolgen hebben voor de conditie of de werking van de weg. Daarom kunnen er in een beperkingengebied de volgende plichten zijn:

  • een vergunningplicht
  • een meldingsplicht
  • een informatieplicht voor activiteiten

Waar gelden beperkingen?

De Omgevingswet maakt onderscheid tussen rijkswegen en wegen die in beheer zijn bij provincies, waterschappen en gemeenten.

De beperkingengebieden voor rijkswegen zullen staan in de ministeriële regeling bij de Omgevingswet.

Voor wegen in beheer van een gemeente, waterschap of provincie is het niet verplicht om een beperkingengebied aan te wijzen. De algemene rijksregels uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) gelden alleen voor beperkingengebieden bij rijkswegen.

Wie stelt de regels?

De algemene rijksregels in hoofdstuk 8 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal ) gelden alleen voor wegen die in beheer bij het Rijk zijn. De minister van Infrastructuur en Waterstaat is het bevoegd gezag als het gaat om beperkingengebiedactiviteiten voor rijkswegen.

Gemeenten, waterschappen en provincies kunnen regels voor andere wegen stellen in het omgevingsplan, de waterschapsverordening of de omgevingsverordening. Deze overheden zijn verantwoordelijk voor de staat en de werking van de openbare wegen die ze in beheer hebben. Dit volgt uit de artikelen 2.16 lid 1 onder b (gemeente), 2.17 lid 1 onder b (waterschap) en 2.18 lid 1 onder e (provincie) van de Omgevingswet.

Een gemeente mag in een omgevingsplan geen regels stellen die het gebruik, de instandhouding, de verbetering of de vernieuwing van een rijksweg of hoofdspoorweg rechtstreeks belemmeren.

Relatie met de Wegenwet

Het beheer van de openbare weg is geregeld via de Wegenwet. Die wet zal op een later moment opgaan in de Omgevingswet. Want onder het bereik van de Omgevingswet valt het voorkomen dat er vanwege bepaalde activiteiten nadelige gevolgen ontstaan voor de staat en de werking van een openbare weg.