Decentrale regels voor werelderfgoed

Een gemeente moet in haar omgevingsplan rekening houden met werelderfgoed. Bijvoorbeeld bij de regels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij een aantal werelderfgoederen heeft de provincie een rol.

Gemeente

Instructieregel

De gemeente moet zich afvragen of een bepaalde functie van invloed kan zijn op de uitzonderlijke universele waarde van het werelderfgoed. Deze instructieregel staat in artikel 5.131 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Daarnaast moet de gemeente zo nodig regels in het omgevingsplan opnemen die het werelderfgoed beschermen. Het omgevingsplan geeft ook de mogelijkheid om een werelderfgoed of delen daarvan de functie van gemeentelijk monument te geven. Dit kan wenselijk zijn voor de bescherming.

Beschermd stads- of dorpsgezicht

Sommige werelderfgoederen zijn geheel of gedeeltelijk aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht. De Amsterdamse grachtengordel is bijvoorbeeld onderdeel van het beschermd stadsgezicht ‘binnenstad van Amsterdam’. En het molencomplex Kinderdijk-Elshout is onderdeel van een beschermd dorpsgezicht. Voor deze situaties geldt dat het omgevingsplan moet voorzien in een passende bescherming van het aangewezen stads- of dorpsgezicht.

Provincie

In de omgevingsverordening stelt de provincie regels over omgevingsplannen en projectbesluiten. Deze regels zijn in het belang van de instandhouding en versterking van de kernkwaliteiten van enkele met name genoemde werelderfgoederen en erfgoederen op de Voorlopige Lijst werelderfgoed. Dit zijn de werelderfgoederen:

  • Droogmakerij de Beemster
  • Stelling van Amsterdam
  • Nieuwe Hollandse Waterlinie (voordracht voorlopige lijst in 2018)
  • Romeinse Limes (voordracht voorlopige lijst in 2020)

Ook moet de provincie in de omgevingsverordening de kernkwaliteiten verder uitwerken. De kernkwaliteiten bij werelderfgoederen en bij erfgoederen op de voorlopige lijst werelderfgoed staan in bijlage XVII bij artikel 7.4, lid 1 in het Bkl.


Werelderfgoed_vierkant