Samenhang van instrumenten bij casus wateroverlast

De casus wateroverlast brengt in kaart hoe overheden de instrumenten van de Omgevingswet kunnen inzetten. Het wordt duidelijk wat het samenspel is tussen de verschillende bestuurslagen. De casus is geen blauwdruk. Er zijn meerdere oplossingen en combinaties van instrumenten mogelijk.

Beschrijving casus

In gemeente A is er bij hevige buien steeds vaker sprake van wateroverlast. Inwoners van een woonwijk hebben zich verenigd in belangenvereniging ‘hou mijn tuintje droog’. In diezelfde wijk lozen zes bedrijven water op het riool. De capaciteit is van het riool is beperkt als het stevig regent.

In de buurgemeente B gaat een groot technologisch bedrijf stoppen met een jarenlange grootschalige grondwateronttrekking. Het stoppen van die onttrekking zal tot een hogere grondwaterstand leiden in gemeente A.

Gemeente A en B liggen beide naast een kwetsbaar natuurgebied waar de provincie al lange tijd probeert om nieuwe droge natuur te realiseren. Dat wil tot nu toe niet lukken. Het waterschap heeft bij hevige regenbuien ook regelmatig problemen om de grote hoeveelheid water vanuit het gebied rond gemeente A en B af te voeren.

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De NOVI biedt in deze casus al enige richting. In de NOVI staat onder meer de volgende opdracht:

'Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving'

Inzet is minder energieverbruik en duurzamere bronnen. Tegelijkertijd bereiden we Nederland voor op de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress en wateroverlast. In de Nederlandse delta leven we al eeuwen samen met het water. Wonen in een delta heeft ook risico’s. Klimaatverandering vergroot deze risico’s door zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, meer neerslag en heviger buien. Langere droge perioden en hogere temperaturen zorgen ook voor grotere risico's. Wateroverlast, overstroming, hittestress, droogte en verzilting kunnen het gevolg zijn. De beleidsinzet is een robuust en toekomstgericht watersysteem en richt zich op:

  • goede bescherming tegen overstromingen
  • het voorkomen van wateroverlast en droogte
  • het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem

Het is van belang dat de gekozen aanpak adaptief is. Dat werkt vooral als het treffen van maatregelen dringend is (bijvoorbeeld maatregelen tegen actuele wateroverlast). Vaak zullen de dreigingen en kansen door klimaatverandering pas over een aantal jaren duidelijk worden. Daarom is het verstandig om klimaatadaptatie onderdeel te laten uitmaken van andere relevante lopende en toekomstige dossiers (‘meekoppelen’). Dit geldt op alle ruimtelijke schaalniveaus, zowel voor inrichting als beheer.

Proces aanpakken wateroverlast

Het aanpakken van het probleem doorloopt 5 stappen.

Stap 1: Welke overheden zijn betrokken?

Het is van belang te bedenken welke overheden er betrokken zijn. De wateroverlast in deze casus is niet beperkt tot gemeente A. Gemeente A kan dit probleem dus niet alleen oplossen. Hiervoor zijn andere overheden nodig.

Voor de hand ligt dat in deze casus in ieder geval de provincie, gemeente A, gemeente B en het waterschap met elkaar afstemmen en gezamenlijk een oplossing zoeken. Het is handig als een van de overheden de coördinerende rol op zicht neemt. In deze casus is door de betrokken overheden besloten dat de provincie de coördinerende rol op zich neemt.

Stap 2: Probleem scherp krijgen

Om effectief het probleem op te kunnen lossen, moet het probleem scherp worden. Speelt het probleem alleen op lokaal of zelfs wijkniveau, of is het onderdeel van een groter ‘probleem’ dat bovengemeentelijk speelt? Los eenvoudige problemen niet ingewikkeld op.

Om het probleem beter in kaart te brengen spreken de provincie, gemeenten en waterschap met elkaar af om een klimaatstresstest-analyse uit te voeren. Deze klimaatstresstest-analyse maakt zichtbaar wat de kwetsbare gebieden zijn voor overstroming, wateroverlast, droogte en hitte.

Uit de klimaatstresstest komt onder andere naar voren dat het in een aantal wijken waar wateroverlast is, ook erg heet kan worden in de zomer. Het gaat om straten met weinig groen waar vooral steen en asfalt ligt.

Stap 3: Welke partijen zijn nog meer betrokken?

Het is van belang te bedenken met welke andere organisaties het goed is om af te stemmen. Maak dus een inventarisatie. Bijvoorbeeld aan de hand van een stakeholderanalyse.

In deze casus zijn er factoren die van invloed zijn op de wateroverlast in gemeente A die buiten de invloedssfeer van gemeente A liggen. Zoals het groot technologisch bedrijf dat grondwater onttrekt in gemeente B en daarvoor een vergunning van de provincie heeft. In deze casus heeft het bedrijf dat grondwater onttrekt dus ook een plek in de stakeholdersanalyse. Maar ook de bedrijven die lozen in gemeente A.

De belangenvereniging heeft een signaalfunctie maar kan ook meedenken over mogelijke oplossingen in de wijk. Denk ook aan andere organisaties zoals hulpverlenende diensten (brandweer, ambulance) en de lokale natuurvereniging.

De overheden kunnen dit probleem dus niet alleen oplossen. Hiervoor zijn andere partijen nodig.

Stap 4: Oplossingen zoeken

Bij het zoeken naar oplossingen is participatie een belangrijk onderdeel. In deze casus zijn er bijeenkomsten om de wijkbewoners en bedrijven te betrekken. Ook vindt overleg plaats met hulpverlenende diensten en de lokale natuurvereniging.

Een aantal mogelijke oplossingen:

  1. Werken aan bewustwording
  2. Meer groen in de wijk, onttegelen tuinen
  3. Groencompensatie bij aanleg (bouw)werken
  4. Watertonnen en waterdaken, infiltratiekratten onder een terras
  5. Waterberging realiseren, stadsbeken aanleggen, wadi’s, verlaagd aanleggen van wegen
  6. Verbod lozen proceswater bedrijven bij hevige regenval
  7. Gefaseerd afbouwen grondwateronttrekking
  8. Heroverwegen droge natuur door de provincie

Stap 5: Inzetten van instrumenten van de Omgevingswet

Nu de mogelijke oplossingen in beeld zijn gaan de provincie, het waterschap en de gemeenten gezamenlijk na welke instrumenten ze het beste kunnen inzetten. Per oplossing verkennen ze gezamenlijk met welke instrumenten ze gaan werken.

Ook besluiten de provincie, het waterschap en de gemeenten een gezamenlijk programma op te stellen waarin alle maatregelen worden uitgewerkt. Hierin komt een onderscheid in juridische, financiële en communicatieve maatregelen. Bij de juridische maatregelen wordt gekeken in welk instrument dit het beste verankerd kan worden. Hierbij kijken provincie en gemeenten ook of het nodig is om de omgevingsvisie bij te stellen.

Gezamenlijk programma

Het is mogelijk dat twee of meer organisaties een gezamenlijk programma opstellen. In dit gezamenlijke programma worden de maatregelen uitgewerkt om een bepaalde opgave uit te werken. Het voordeel van een gezamenlijk programma is dat de maatregelen op elkaar afgestemd zijn. De maatregelen spreken elkaar niet tegen.


Training casus wateroverlast

Er bestaat een training casus wateroverlast. U kunt hiermee in een groep oefenen met de samenhang van de (kern)instrumenten.