Programma van het waterschap

Waterschappen hebben de mogelijkheid om onder de Omgevingswet alleen of samen met andere bestuursorganen programma’s op te stellen. Het instrument programma kent 4 varianten. Het waterschap kan 3 van de 4 varianten opstellen. Ook staat op deze pagina informatie over het programma als toetsingskader, interbestuurlijk samenwerken en overgangsrecht.

Het instrument programma kent 4 varianten:

  1. vrijwillig (onverplicht) programma
  2. verplicht programma volgend uit Europese regelgeving
  3. verplicht programma bij (dreigende) overschrijding van omgevingswaarde
  4. programma met een programmatische aanpak

1) Vrijwillig (onverplicht) programma

Onder de Omgevingswet krijgen ook de waterschappen de mogelijkheid om alleen of samen met andere bestuursorganen vrijwillige (ofwel: onverplichte) programma’s op te stellen. Huidige voorbeelden zijn de zogenoemde watertakenplannen, als vervolg op de (verbrede) gemeentelijke rioleringsplannen (GRP). Deze kunnen onder de Omgevingswet als programma worden aangemerkt.

2) Verplicht programma volgend uit Europese regelgeving: waterbeheerprogramma

Een waterbeheerprogramma (WBP) beschrijft op strategisch en tactisch niveau de resultaten die de overheid wil bereiken. Het waterschap stelt het waterbeheerprogramma vast (artikel 3.7 Omgevingswet). Dit is een verplicht programma onder de Omgevingswet. Concreet gaat dit waterbeheerprogramma, net als in de huidige situatie, over de onder het beheer van het waterschap vallende watersystemen. De verplichte inhoud van dit programma is gelijk aan de verplichte inhoud van het huidige waterbeheerplan.

Voorbeeld thema waterveiligheid

We willen niet dat als gevolg van dijkdoorbraken bij de zee en de rivieren, gebieden overstromen (strategisch niveau). Daarvoor onderhouden we onze waterkeringen (tactisch niveau). En gaan daarvoor de komende 4 jaar aan de slag met de keringen rondom de Laaglandpolder… (et cetera).

Het waterschap moet hierbij rekening houden met het regionale (provinciale) waterprogramma voor die watersystemen als het gaat om de uitvoering van Europese verplichtingen (Kaderrichtlijn waterRichtlijn overstromingsrisico’s  en dergelijke). Hier vindt dus wel doorwerking plaats van het regionale (provinciale) waterprogramma naar het waterbeheerprogramma van het waterschap.

Momenteel werkt de Unie van Waterschappen aan een handreiking waterbeheerprogramma. Deze wordt het tweede kwartaal van 2019 verwacht.

3) Verplicht programma bij (dreigende) overschrijding van omgevingswaarde

Het waterschap kan zelf geen omgevingswaarde vaststellen. Maar het waterschap kan eventueel wel aangesproken worden bij (dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde gericht op het watersysteem. Zie daarvoor artikel 3.10 van de Omgevingswet.

4) Programma met een programmatische aanpak

Het waterschap heeft geen bevoegdheid om een programma met een programmatische aanpak aan te wijzen. Dit volgt uit artikel 3.15 van de Omgevingswet.

Het programma als toetsingskader

Een bestuursorgaan toetst een omgevingsvergunning aan het relevante water(beheer)programma. Het gaat daarbij om omgevingsvergunningen voor milieubelastende activiteiten met gevolgen voor watersystemen en wateractiviteiten. Het toetsingskader houdt in dat het bestuursorgaan de omgevingsvergunning alleen verleent als de activiteit verenigbaar is met het belang van:

  1. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste
  2. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en
  3. de vervulling van de aan watersystemen toegekende maatschappelijke functies

Interbestuurlijk samenwerken

Alle overheden gezamenlijk voeren de Omgevingswet uit ten behoeve van de maatschappelijke doelen van de wet. Daarom is artikel 2.2 van de Omgevingswet opgenomen. Dit artikel regelt dat bestuursorganen met elkaars verantwoordelijkheden voor de fysieke leefomgeving rekening moeten houden. De Waterwet bevat nu een soortgelijke bepaling, specifiek voor gemeenten en waterschappen (artikel 3.8 Waterwet). Artikel 2.2 van de Omgevingswet is dan ook mede bedoeld om het belang van water in een vroeg stadium van besluitvorming door andere bestuursorganen te borgen.

Waterbeheerders kunnen ook onder de Omgevingswet waterakkoorden blijven sluiten. En waterschappen en gemeenten zullen elkaar moeten blijven opzoeken. Ze zullen dat naar verwachting zelfs moeten intensiveren. Juist op dat uitvoeringsniveau biedt onderlinge afstemming en samenwerking  immers grote kansen. Er is sprake van een gezamenlijke verantwoordelijkheid. En de taken zullen ze dan ook gezamenlijk moeten oppakken.

Voor de provincies is het van belang om hun omgevingsvisie voldoende snel tot stand te brengen. Zodat gemeenten de inhoud daarvan kunnen betrekken bij hun omgevingsvisie. En zodat waterschappen deze kunnen betrekken bij hun waterbeheerprogramma.

Overgangsrecht

In het overgangsrecht is geregeld dat de uitvoeringsgerichte delen van het nationale waterplan en de regionale waterplannen gelden als waterprogramma’s. Ook de waterbeheerplannen van Rijkswaterstaat en de waterschappen gelden als waterbeheerprogramma. Zie artikel 11.51 tot en met 11.53 van de Invoeringswet Omgevingswet.