Bruidsschat waterschapsverordening

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervallen sommige rijksregels over lozingen. Die regels gaan naar de waterschapsverordeningen. Het gaat om lozingen op een oppervlaktewater van een waterschap of zuiveringtechnisch werk van een waterschap. Het verplaatsen van deze regels staat bekend als de bruidsschat. Artikel 7.4 van het Invoeringsbesluit regelt deze verplaatsing.

Specifieke zorgplicht

De bruidsschat plaatst in de waterschapsverordening een specifieke zorgplicht voor lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk (artikel 2.1.4 van de waterschapsverordening). De formulering van deze specifieke zorgplicht is gelijk aan die van de formulering in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Zie artikel 2.11 van het Bal over zorgplicht. De specifieke zorgplicht in de waterschapsverordening geldt naast de inhoudelijke regels over lozingsactiviteiten. Die staan in afdeling 2.2 tot en met 2.18 van de waterschapsverordening. En ze geldt ook naast een eventuele omgevingsvergunning voor de lozingsactiviteit.

Inhoudelijke regels over lozingen op het oppervlaktewater

De bruidsschat plaatst in de waterschapsverordening inhoudelijke regels over lozingen op regionale wateren. Dat zijn oppervlaktewateren in beheer van een waterschap. In de tabel hierna is aangeven:

  • om welke soorten lozingen het gaat
  • in welke afdeling van de waterschapsverordening de inhoudelijke regels staan én
  • waar deze regels vandaan komen

Voor alle in de tabel genoemde lozingen geldt geen vergunningplicht voor het lozen.

bruidsschat en lozingen waterschapsverordening
Soort lozing op oppervlaktewater van waterschap

Regels in waterschapsverordening

Herkomst regels

Grondwater bij grondwatersanering of bodemsanering afdeling 2.2
  • Besluit lozen buiten inrichtingen (paragraaf 3.1)
  • Activiteitenbesluit (paragraaf 3.1.1)
Grondwater bij ontwatering afdeling 2.2
  • Besluit lozen buiten inrichtingen (paragraaf 3.2)
  • Activiteitenbesluit (paragraaf 3.1.2)
Afvloeiend hemelwater dat niet van een bodembeschermende voorziening afkomt afdeling 2.3
  • Besluit lozen buiten inrichtingen (paragraaf 3.3)
  • Activiteitenbesluit (paragraaf 3.1.3)
Huishoudelijk afvalwater afdeling 2.4
  • Besluit lozingen afvalwater huishoudens (paragraaf 2)
  • Regeling lozing afvalwater huishoudens (artikel 1)
  • Besluit lozen buiten inrichtingen (paragraaf 3.4)
  • Regeling lozen buiten inrichtingen (paragraaf 2.1)
  • Activiteitenbesluit (paragraaf 3.1.4)
  • Activiteitenregeling (paragraaf 3.1.1)
Koelwater afdeling 2.5 Activiteitenbesluit (paragraaf 3.1.5)
Stoffen bij reinigen, conserveren, bouwen, renoveren of slopen van bouwwerken afdeling 2.6
  • Besluit lozen buiten inrichtingen (paragraaf 3.5)
  • Regeling lozen buiten inrichtingen (paragraaf 2.2)
  • Activiteitenbesluit (paragraaf 3.1.6)
  • Activiteitenregeling (paragraaf 3.1.3)

Stoffen bij het opslaan en overslaan van inerte goederen*

afdeling 2.7

  • Besluit lozen buiten inrichtingen (paragraaf 3.7)
  • Regeling lozen buiten inrichtingen (paragraaf 2.3)
  • Activiteitenbesluit (paragraaf 3.4.3)
  • Activiteitenregeling (paragraaf 3.4.3)
Stoffen bij het opslaan en overslaan van niet-inerte goederen* afdeling 2.8
  • Besluit lozen buiten inrichtingen (paragraaf 3.7)
  • Regeling lozen buiten inrichtingen (paragraaf 2.3)
  • Activiteitenbesluit (paragraaf 3.4.3)
  • Activiteitenregeling (paragraaf 3.4.3)
Afvalwater van gemeentelijke voorziening voor inzameling en transport van afvalwater afdeling 2.9
  • Besluit lozen buiten inrichtingen (paragraaf 3.8)
Stoffen die vrijkomen bij ontgraven of baggeren van de waterbodem afdeling 2.10
  • Besluit lozen buiten inrichtingen (paragraaf 3.9)
  • Regeling lozen buiten inrichtingen (paragraaf 2.4)
  • Activiteitenbesluit (paragraaf 3.1.7)
  • Activiteitenregeling (paragraaf 3.1.4)
Stoffen die vrijkomen bij werkzaamheden waterbeheerder op oppervlaktewater afdeling 2.10
  • Besluit lozen buiten inrichtingen (paragraaf 3.9)
  • Activiteitenbesluit (paragraaf 3.1.7)
Algen en bacteriën bij werkzaamheden waterbeheerder op oppervlaktewater afdeling 2.10
  • Besluit lozen buiten inrichtingen (paragraaf 3.9)
Afvalwater van schoonmaken drinkwaterleidingen afdeling 2.11
  • Besluit lozen buiten inrichtingen (paragraaf 3.10)
  • Activiteitenbesluit (paragraaf 3.1.8)
Afvalwater van calamiteitenoefeningen afdeling 2.12
  • Besluit lozen buiten inrichtingen (paragraaf 3.10)
  • Activiteitenbesluit (paragraaf 3.1.9)
Afvalwater bij het telen of kweken van gewassen in een gebouw anders dan een kas afdeling 2.13
  • Activiteitenbesluit (paragraaf 3.5.1 en paragraaf 3.5.2)
Afvalwater bij spoelen of sorteren van biologisch geteelde gewassen

afdeling 2.13

  • Activiteitenbesluit (paragraaf 3.5.6)
Afvalwater bij omgekeerde osmose of ionenwisselaars bij agrarische activiteiten afdeling 2.13
  • Activiteitenbesluit (paragraaf 3.5.4)
Afvalwater van ontijzeren grondwater bij agrarische activiteiten afdeling 2.13
  • Activiteitenbesluit (paragraaf 3.5.4)
Afvalwater bij maken van betonmortel afdeling 2.14
  • Activiteitenbesluit (paragraaf 4.5a.4)
Afvalwater bij uitwassen van beton afdeling 2.14
  • Activiteitenbesluit (paragraaf 4.5a.5)
Afvalwater van niet-industriële voedselbereiding afdeling 2.15
  • Activiteitenbesluit (paragraaf 3.6.1)
Spuiwater van recreatieve visvijvers afdeling 2.16
  • Activiteitenbesluit (paragraaf 3.7.4)
Afvalwater van het spoelen van zeezand tijdens het varen afdeling 2.17
  • Besluit lozen buiten inrichtingen (paragraaf 3.10)
Afvalwater van het scheiden van zand of grind op vaar- of werktuig afdeling 2.17
  • Besluit lozen buiten inrichtingen (paragraaf 3.10)
As bij asverstrooiing (geen bedrijfsmatig verstrooien) afdeling 2.18
  • Besluit lozen buiten inrichtingen (paragraaf 3.10)
*Inerte goederen zijn goederen die niet bodembedreigend zijn. En ook geen gevaarlijke, kankerverwekkende, mutagene (genetische verandering veroorzakende) of reproductietoxische (giftig voor de voortplanting) stoffen zijn. Niet-inerte goederen zijn goederen die wel een of meer van die 5 eigenschappen bevatten.

Vergunningplicht voor overige lozingen op oppervlaktewater

Er zijn ook lozingen die niet in de tabel staan. Ook voor die lozingen op een oppervlaktewater van een waterschap plaatst de bruidsschat regels in de waterschapsverordening. Die regels houden in dat er een omgevingsvergunning nodig is voor de lozing (afdeling 2.19 van de waterschapsverordening). Deze vergunningplicht geldt niet als de lozing afkomstig is van een milieubelastende activiteit in het Bal. Het Bal bepaalt voor die lozingen in welke gevallen een omgevingsvergunning is vereist.

Vergunningplicht voor lozing op zuiveringtechnisch werk

Voor lozingen op een zuiveringtechnisch werk plaatst de bruidsschat een vergunningplicht in de waterschapsverordening (afdeling 2.19 van de waterschapsverordening). Deze vergunningplicht geldt niet als de lozing afkomstig is van een milieubelastende activiteit in het Bal.

Omgevingsvergunning

De bruidsschat plaatst in de waterschapsverordening regels over de omgevingsvergunning voor een lozingsactiviteit. Zie afdeling 1.2 en 2.20 van de waterschapsverordening. Het gaat om regels over gegevens die bij een aanvraag moeten zitten, regels over het beoordelen van de aanvraag én regels over op te nemen vergunningvoorschriften.

Informeren bevoegd gezag

De bruidsschat plaatst in de waterschapsverordening regels over welke gegevens en bescheiden naar het waterschap moeten. Zie artikel 2.1.6 tot en met 2.1.8 van de waterschapsverordening. En regels over het informeren van het waterschap bij een ongewoon voorval. Zie artikel 2.1.9 en 2.1.10 van de waterschapsverordening.

Maatwerkvoorschriften

De bruidsschat plaatst in de waterschapsverordening een bepaling over de bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften (artikel 2.1.5 van de waterschapsverordening). Deze bevoegdheid is niet begrensd. En is dus ruimer dan de maatwerkbevoegdheden in bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit. Deze ruimere bevoegdheid sluit aan bij de beleidskeuze over maatwerk in het Bal.

Maatwerkvoorschriften zijn mogelijk over de specifieke zorgplicht. Maar ook over regels over ongewone voorvallen. En over lozingen waarover inhoudelijke regels in de waterschapsverordening gelden (afdeling 2.2 tot en met 2.18 van de waterschapsverordening). Maatwerkvoorschriften hebben hetzelfde oogmerk als de lozingsregels in de waterschapsverordening. Het oogmerk staat in artikel 2.1.2 van de waterschapsverordening.

Aanvullende regels op rijksniveau

De lozingsregels in de waterschapsverordening gelden naast de regels die het Rijk over activiteiten heeft gesteld in het Bal. Als er een afbakening tussen de waterschapsverordening en het Bal nodig is, dan staat dat in de bruidsschat. Zo gelden de regels over het lozen van koelwater bijvoorbeeld niet voor bedrijven die onder hoofdstuk 3 van het Bal vallen.

Bruidsschat in nieuwe deel verordening

De bruidsschat staat in het nieuwe deel van de waterschapsverordening. Dit betekent dat de lozingsregels voor onbepaalde tijd gelden. Het houdt ook in dat een waterschap niet verplicht is om deze lozingsregels aan te passen of in te trekken.