Hoofdlijnen waterschapsverordening

De waterschapsverordening bevat regels voor waterkeringen, watergangen en grondwater binnen het beheergebied van een waterschap. Deze regels gelden voor iedereen.

De regels in de waterschapsverordening gaan over:

Beperkingengebied

Een beperkingengebied is een gebied rondom een werk of object, waarin regels gelden vanwege de aanwezigheid van dat werk of object. Het beperkingengebied omvat zowel het werk zelf (voorheen 'kernzone') als een zone rond het werk (voorheen 'beschermingszone').

Toezicht en handhaving

Het waterschap is bevoegd voor toezicht en handhaving van de regels in de waterschapsverordening (artikel 18.2 Omgevingswet). Er staan geen specifieke onderwerpen in de Omgevingswet die het waterschap verplicht in de waterschapsverordening moet opnemen. De wet verplicht het waterschap wel om alle regels over de fysieke leefomgeving in de waterschapsverordening op te nemen.

Regels voor het beheer van wegen

Sommige waterschappen zijn ook belast met het beheer van wegen. De regels in de de waterschapsverordening gaan over het beoordelen van de staat en de werking van de openbare wegen. Ze zijn gericht op activiteiten die nadelige gevolgen hebben voor die wegen.


Bruidsschat

Het Rijk zorgt ervoor dat de rijksregels die onder de Omgevingswet komen te vervallen, automatisch deel uitmaken van het omgevingsplan of de waterschapsverordening. Deze regels heten de bruidsschat. De bruidsschat voor de waterschapsverordening bevat  voormalige rijksregels over lozingen.