De Omgevingswet is revolutionair

Reinier van Nispen stond niet direct te springen, toen hij werd gevraagd om programmamanager te worden voor de implementatie van de Omgevingswet in Zeeland. Maar inmiddels denkt hij daar anders over. 'De invoering van deze wet is niet alleen maar een feestje voor juristen. Er schuilt een hele dynamische wereld achter waar iedereen mee te maken krijgt.'

Hij werd gevraagd maar toch ook een beetje "aangewezen". Reinier van Nispen geeft het eerlijk toe. Of hij stond te springen om programmamanager implementatie Omgevingswet te worden? 'Ik had er een verkeerd beeld van, laat ik het zo zeggen. Ik zag het als een juridisch feestje. Inmiddels weet ik dat er een hele dynamische wereld achter zit. De wet zegt niet letterlijk: je moet integraal werken, maar ademt tegelijkertijd de filosofie van verandering.'

De houding van "meteen het rode potlood pakken" verdwijnt, voorspelt Van Nispen. 'Wij ambtenaren moeten ons veel meer gaan verplaatsen in de beweegredenen van andere partijen. Van mensen die "iets" willen. Dat klinkt voor een buitenstaander misschien vanzelfsprekend, maar geloof me, dat is revolutionair.'

Meer de grenzen opzoeken

Het gevoel van urgentie ontbrak lange tijd in het provinciehuis in Middelburg, als het om de Omgevingswet ging. 'Halverwege 2016 zijn we pas wakker geworden', vertelt de programmamanager. 'Het Interprovinciaal Overleg (IPO) sprak ons erop aan. Wat deden wij in Zeeland eigenlijk om ons voor te bereiden op de Omgevingswet? Op de afdeling Ruimte waren er twee collega's half  mee bezig. Dat was het.'

Van Nispen was beleidsspecialist Water, toen hij werd benaderd om de implementatie van de Omgevingswet te regisseren. Van huis uit is hij bioloog en hij voelt zich nog altijd een beetje wetenschapper. 'Al vraag ik me af of ik ooit terugkeer naar mijn oude werkterrein', zegt hij met een grijns.

Mensen motiveren ligt hem wel. Van Nispen is inmiddels zo overtuigd van de cultuuromwenteling die de Omgevingswet teweeg brengt, dat hij die overtuiging breder wil uitdragen. 'Straks moeten wij alle beleidsthema's meenemen in onze afwegingen. Aan de voorkant van een plan trekken we veel meer met burgers en andere partijen op. Zoeken veel de grenzen van de regelgeving op. Daar haal ik mijn energie uit.' Hij stuurt een team van ruim 10 mensen aan. 'Op een totaal van 500 provinciale ambtenaren is dat best aanzienlijk. Dat geeft denk ik wel aan dat de ernst en de omvang zijn doorgedrongen.'

Zeeuwse koplopers

In het voorjaar van 2017 is een intern programmaplan in werking gezet dat de bedrijfsprocessen en informatiestromen nu en straks op orde brengt. Dat plan wordt steeds herijkt en bijgesteld, zodat er een visie op inrichting van de organisatie ontstaat. Om zoveel mogelijk Zeeuwse collega's bij andere overheden bekend te maken met de Omgevingswet, organiseert Van Nispen voorlichtingsbijeenkomsten. 'In onze provincie hebben we gelukkig ook koplopers. De gemeente Veere werkt al een tijdje in de geest van de nieuwe wet. Daar komt het idee van een bestuurlijke ambassadeursgroep voor Zeeland uit voort. Daar zit bijvoorbeeld een fanatieke wethouder of  gedeputeerde in, die het goede voorbeeld geeft en zich al helemaal op de Omgevingswet heeft gestort.'

Politiek document

Zeeland is bezig aan een inhaalslag. 'Gelukkig kunnen we meekijken met andere provincies. Bijvoorbeeld bij de buren in Zuid-Holland en Noord-Brabant. Daar organiseren ze al een tijdje regionale bijeenkomsten. Ook zijn ze daar al ver met het opstellen van een omgevingsvisie en het inzichtelijk maken van de impact die de Omgevingswet heeft op de provincie als organisatie.'

Want ineens is er haast. Eind 2018 moeten er een omgevingsvisie en omgevingsverordening klaarliggen voor de provincie Zeeland. De omgevingsvisie is een van de belangrijke instrumenten van de Omgevingswet, legt Van Nispen uit. 'Je moet het zien als een strategische visie voor de lange termijn, waarin alle domeinen van de fysieke leefomgeving worden betrokken. Het wordt het onderliggende document voor alles wat we in de komende jaren gaan doen. De basis voor gemeentelijke omgevingsplannen en omgevingsverordeningen. In maart 2019 loopt de zittingstermijn voor Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten af. De politiek wil voor de verkiezingen in 2019 dus nog even haar stempel zetten. De omgevingsvisie wordt daardoor een politiek document.'

Krimp en vergrijzing

Belangrijke thema's voor Zeeland zijn ook na 2019: landbouw, woningbouw, energie en demografische ontwikkeling. ‘Onze bevolkingssamenstelling gaat veranderen. Er zijn krimpgebieden in deze provincie. De bevolking vergrijst. Juist dat onderwerp vraagt om een integrale manier van werken. We krijgen te maken met een hele diverse problematiek van gezondheid, veiligheid, wonen en bereikbaarheid, waar we in samenwerking met andere partijen op moeten anticiperen.'

De rol van de gemeenten wordt groter door de Omgevingswet. Decentraal beslissen heeft de voorkeur. 'We moeten veel meer rekening houden met wat gemeenten belangrijk vinden. Maar de bovenregionale overview van de provincie blijft nodig. Hoeveel autonomie hebben gemeenten straks onder de Omgevingswet? Dat wordt nog een politiek issue. Denk aan concentraties van bedrijvengebieden. Die willen ze allemaal zelf ontwikkelen.'

Met ruim 380.000 inwoners, nog niet de helft van het aantal inwoners van Amsterdam, behoort Zeeland tot de dunbevolkte provincies. Hoofdstad Middelburg heeft nog geen 48.000 inwoners. 'Qua personele capaciteit en invulling zal het voor een aantal van onze 13 gemeenten moeilijk worden om in medio 2019 alles op orde te hebben. Ik kan me daar erg in verplaatsen: ik heb bij een kleine gemeente gewerkt. De implementatie van de wet op lokaal niveau monitoren we dan ook goed vanuit Middelburg.'


160236-foto Reinier van Nispen

Naam: Reinier van Nispen

Deed hiervoor: beleidsspecialist Water bij de provincie Zeeland en daarvoor senior ecoloog bij waterschap Brabantse Delta.

Wil nog kwijt: ‘De provincie streeft naar economische ontwikkeling en bereikbaarheid, maar kernkwaliteiten zoals stilte en ruimte zijn voor de Zeeuwen ook erg belangrijk. Dat moeten we in gedachten houden.’