Externe veiligheid bij omgevingsvergunning milieubelastende activiteit

Voor vergunningplichtige milieubelastende activiteiten heeft het Rijk beoordelingsregels over externe veiligheid opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Vergunningplichtige activiteiten

Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

Algemene beoordelingsregels

In afdeling 8.5 'Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit' van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan beoordelingsregels. Het bevoegd gezag gebruikt deze beoordelingsregels bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. In het Bkl staan algemene beoordelingsregels waaronder regels om ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan te beperken en specifieke beoordelingsregels voor externe veiligheid.

Specifieke beoordelingsregels externe veiligheid

De specifieke beoordelingsregels voor externe veiligheid staan in artikel 8.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Het gaat om beoordelingsregels voor activiteiten zoals:

  • de opslag van bepaalde hoeveelheden gevaarlijke stoffen en gassen
  • grote ammoniakkoelinstallaties
  • gasdrukregel- en meetstations
  • cyanidehoudende baden in de metaalindustrie
  • Seveso-inrichtingen
  • buisleidingen
  • 3 of meer windturbines

Bij deze activiteiten zijn grens- en standaardwaarden voor het plaatsgebonden risico van toepassing.

Grenswaarde plaatsgebonden risico

Door de beoordelingsregels kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning alleen verlenen als ze de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht neemt. De grenswaarde is ten hoogste 1 op de miljoen per jaar. Deze grenswaarde geldt voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties. Het in acht nemen betekent dat het bevoegd gezag er niet van mag afwijken.

Standaardwaarde plaatsgebonden risico

Daarnaast moet het bevoegd gezag rekening houden met een standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico. Deze standaardwaarde is ten hoogste 1 op de 1.000.000 per jaar. De standaardwaarde geldt voor beperkt kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare locaties.

Rekening houden met betekent een inhoudelijke sturing op de belangenafweging. Dit geeft het bevoegd gezag beoordelingsvrijheid. Het bevoegd gezag mag dus afwijken van deze standaardwaarde. Ze moet daar dan wel goede redenen voor hebben en ze moet dit goed motiveren.

Groepsrisico

In een aantal gevallen houdt het bevoegd gezag bij de beoordeling rekening met het groepsrisico. Het groepsrisico is de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval. Dit geldt voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een brandaandachtsgebied, een explosieaandachtsgebied en een gifwolkaandachtsgebied. Lees meer over de aandachtsgebieden externe veiligheid.

Instructieregels voor omgevingsplan van toepassing

Voor de beoordeling van de vergunningaanvraag zijn ook een aantal instructieregels over externe veiligheid voor het omgevingsplan van overeenkomstige toepassing. Het gaat om regels over:

Beoordelingsregels vuurwerk

Er gelden specifieke beoordelingsregels voor vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik. Deze regels gaan over de afstand van een explosieaandachtsgebied tot de risicobron. In de beoordelingsregels staat verder dat de instructieregels voor het omgevingsplan voor vuurwerk ook gelden als beoordelingsregel.

Beoordelingsregels ontplofbare stoffen voor civiel en voor militair gebruik

Er gelden ook beoordelingsregels voor ontplofbare stoffen voor civiel en voor militair gebruik. Deze regels gaan over de afstand van een explosieaandachtsgebied tot de risicobron. In de beoordelingsregels staat verder dat de instructieregels voor het omgevingsplan voor activiteiten met ontplofbare stoffen ook gelden als beoordelingsregel.