Geluid en gebouwen met een onderwijsfunctie

Het Rijk beschermt personen die onderwijs krijgen tegen geluid. Om die reden wijst het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) gebouwen met een onderwijsfunctie aan als geluidgevoelige gebouwen met daarin geluidgevoelige ruimten.

Aanwijzing gebouwen in het Bkl

De instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) wijzen geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige ruimten aan. Dit ter bescherming van mensen tegen omgevingsgeluid. Overheden passen deze instructieregels voor geluidgevoelige gebouwen toe bij het uitvoeren van hun wettelijke taken. Voorbeelden hiervan zijn een omgevingsplan opstellen, een projectbesluit nemen of lokale wegen monitoren.

Gebouwen met een onderwijsfunctie zijn geluidgevoelige gebouwen (artikel 5.56 Bkl). Een onderwijsfunctie is een gebruiksfunctie voor het geven van onderwijs.

Het gaat hierbij om aanwezige, in aanbouw zijnde en geprojecteerde gebouwen (artikel 5.56 lid 3 Bkl).

Nevengebruiksfuncties

Onder een geluidgevoelig gebouw vallen ook ruimten met een nevengebruiksfunctie van de onderwijsfunctie (artikel 5.56, eerste lid, Bkl). Voorbeelden van nevengebruiksfuncties van een onderwijsfunctie zijn een gymnastieklokaal (sportfunctie) of een kantine (bijeenkomstfunctie).

Geluidgevoelige ruimten

Een geluidgevoelige ruimte is een verblijfsruimte of verblijfsgebied van een gebouw met een onderwijsfunctie (artikel 5.57, eerste lid, onder b, Bkl). Gangen (met een vakterm 'verkeersruimten' genoemd), een toiletruimte, een badruimte en technische ruimten horen wel bij de onderwijsfunctie, maar zijn geen geluidgevoelige ruimten.

Verblijfsgebieden van nevengebruiksfuncties van een onderwijsfunctie zijn niet aangewezen als geluidgevoelige ruimten. Bijvoorbeeld de kantine (bijeenkomstfunctie) of het gymnastieklokaal (sportfunctie) zijn daarom geen geluidgevoelige ruimten.

Gebouw geheel of gedeeltelijk geluidgevoelig

Het hele onderwijsgebouw (dat wil zeggen de hele buitenzijde, zowel het dak als alle gevels) is in beginsel beschermd. De Omgevingswet sluit hiermee zoveel mogelijk aan bij de situatie onder het Activiteitenbesluit milieubeheer, dat een gebouw in zijn geheel beschermt.

Laat het omgevingsplan voor een gedeelte van een gebouw geen geluidgevoelige ruimten toe? Dan is dat deel van het gebouw geen geluidgevoelige gebouw (artikel 5.56, tweede lid, Bkl). De instructieregels van het Bkl voor geluid gelden dan niet voor dat deel van het gebouw.

Bruidsschat

Voor de geluidregels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan (de bruidsschat) gelden iets andere regels voor geprojecteerde geluidgevoelige gebouwen. Ook gelden iets andere regels voor tijdelijke gebouwen (niet meer dan 10 jaar). Voor meer informatie zie Geluidgevoelige gebouwen en bruidsschat.