Dit verandert er in de regelgeving voor geluid

De belangrijkste wijzigingen rond geluid bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de volgende:

  • De bescherming tegen geluid van activiteiten geldt nu voor geluidgevoelige gebouwen (artikel 5.56 Bkl). Dit in plaats van inrichtingen. Ook woonboten en woonwagens zijn geluidgevoelige gebouwen.
  • De bescherming van geluidgevoelige gebouwen tegen geluid van bedrijven staat niet meer opgenomen in de algemene rijksregels (zoals nu in het Activiteitenbesluit). Dit staat in het omgevingsplan. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan daarvoor instructieregels. Dit biedt meer ruimte voor lokale gebiedsgerichte bescherming.
  • Een geluidgevoelig gebouw dat het omgevingsplan toelaat, maar nog niet aanwezig is, wordt beschermd. Dat was bij toepassing van het Activiteitenbesluit niet het geval.
  • Het begrip ‘goede ruimtelijke ordening’ voor bestemmingsplannen is vervangen door ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ voor het omgevingsplan. Dit begrip is breder. In de Omgevingswet spelen twee maatschappelijke doelen een rol. Deze maatschappelijke doelen zijn:
    • het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit;
    • het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.
  • Beheersing van de gecumuleerde geluidbelasting van activiteiten op het industrieterrein met geluidproductieplafonds (op referentiepunten). Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is dit een zone op gevels van geluidsgevoelige gebouwen.
  • Beheersing van geluid van provinciale wegen en door de provincie aangewezen lokale spoorwegen met geluidproductieplafonds (op referentiepunten), zoals nu al bij rijkswegen en hoofdspoorwegen.
  • Beheersing van geluid van gemeentelijke en waterschapswegen en andere lokale spoorwegen met een basisgeluidemissie.
  • Het beoordelingskader (normenhuis) voor geluidgevoelige gebouwen is vereenvoudigd. Dit geldt zowel voor geluid van (spoor)wegen en industrieterreinen met een geluidproductieplafond als voor activiteiten.