Gebiedsbescherming in het omgevingsplan

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Natuur is onderdeel van die fysieke leefomgeving. Provincies en het Rijk kunnen met gemeenten afspreken om bepaalde aanvullende regels in het omgevingsplan op te nemen. Dus ook gemeenten mogen decentraal regels stellen over natuur.

Aanwijzingsbesluit

Natura-2000 gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden worden met een aanwijzingsbesluit vastgesteld (artikel 2.43 Ow). Deze aanwijzingsbesluiten moeten in acht worden genomen bij het vaststellen van omgevingsplannen. Gemeenten moeten rekening houden met de natuurlijke kenmerken van aangewezen Natura 2000-gebieden. Ook moeten de toebedeelde functies zoals opgenomen in het omgevingsplan beoordeeld worden op mogelijke nadelige gevolgen voor het Natura 2000-gebied (artikel 2.4 en 4.1 Ow).

Instructieregels

Instructieregels in de omgevingsverordening kunnen ook gaan over het herstel, de verbetering en de uitbreiding van Natuurnetwerk Nederland gebieden. Daarnaast kunnen ze gaan over de wezenlijke kenmerken en waarden daarvan (artikel 7.8 lid 2 Bkl). Provincies kunnen dus verdergaande regels opstellen dan opgenomen in afdeling 7.3 van het Bkl. De inhoud van de regels nemen gemeenten op hun beurt weer op in het omgevingsplan (artikel 7.8, eerste lid).