Legger voor waterstaatswerken

De legger is een document dat beschrijft waaraan waterstaatswerken moeten voldoen. De legger bevat de fysieke kenmerken of vereiste toestand van waterstaatswerken.

Een legger beschrijft de ligging, vorm, afmeting en constructie van waterstaatswerken. Het Rijk en waterschappen zijn verplicht om leggers op te stellen.

Wijzigen van waterstaatswerken

Een legger kan een waterstaatswerk niet wijzigen. De besluitvorming voor een wijziging van een waterstaatswerk gebeurt met:

  • een projectbesluit
  • een vergunning eigen dienst
  • zonder voorafgaand besluit

Een wijziging zonder besluit is mogelijk als er geen vergunningplicht is voor de wijziging. Of er een vergunningplicht is staat in het besluit activiteiten leefomgeving (Bal) of de waterschapsverordening.

Technisch beheerregister

Een legger kan een technisch beheerregister als bijlage hebben. Dit is het geval bij primaire waterkeringen of waterkeringen waarvoor omgevingswaarden bestaan. In het register staan gegevens om de sterkte van de waterkering te kunnen toetsen.

Onderhoudslegger

Naast de legger die de waterbeheerder vaststelt volgens de Omgevingswet is er ook een onderhoudslegger. De grondslag hiervoor zit in artikel 78 lid 2 van de Waterschapswet. De onderhoudslegger bepaalt welk onderhoud volgens de waterschapsverordening verplicht is.

Belang van de legger

Waterbeheerders hebben de legger nodig om hun taak uit te oefenen. Zo beschrijft de legger de ligging van waterstaatswerken. Daar kunnen gedoogplichten en andere voorschriften gelden. Een projectbesluit is bijvoorbeeld nodig bij wijziging van een waterstaatswerk. De waterbeheerder kan bepalen of er sprake is van een wijziging. Dat doet hij door deze te vergelijken met de legger.

Toetsen aan omgevingswaarden

Waterbeheerders hebben de legger ook nodig om te toetsen aan de omgevingswaarden voor wateroverlast. Voor deze toetsing is actuele informatie nodig over hoogte, ligging en afmetingen van waterlopen en kunstwerken. Deze informatie staat in een legger.

Vaststellen van de legger

De beheerder van waterstaatswerken stelt de legger vast. Dit staat in artikel 2.39 lid 1 van de Omgevingswet. Het Rijk en waterschappen zijn verplicht om leggers vast te stellen voor hun waterstaatswerken. Andere beheerders van waterstaatswerken hebben geen leggerplicht.

Vrijstellingen

Niet elk oppervlaktewaterlichaam heeft een legger nodig. Er zijn vrijstellingen.

Vrijstelling voor rijkswateren

De vrijstelling voor rijkswateren staat in artikel 3.13 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De uitvoeringslasten voor deze gebieden zouden anders onevenredig hoog zijn. Het gaat om grote wateren zoals de Noordzee, de Waddenzee en het Ketelmeer. Omdat die van nature sterk veranderen, heeft het geen nut de kenmerken precies vast te leggen.

De vrijstelling geldt ook voor sommige aangewezen locaties in rijkswateren. Dit zijn bijvoorbeeld kleine locaties of als de ligging, vorm, afmeting en constructie niet goed te omschrijven is.

Vrijstelling voor regionale wateren

Een provincie kan voor regionale wateren een vrijstelling opnemen in de omgevingsverordening. Zo kan het bijvoorbeeld onevenredig belastend zijn om voor elke greppel of sloot een legger vast te stellen. Dit staat in artikel 2.39, lid 4 van de Omgevingswet.

Vaststellen en procedures

De Omgevingswet zegt niets over de voorbereiding en vaststelling van de legger. De legger is een beschrijvend document. Hij is niet gericht op rechtsgevolg. De legger is uitgesloten van beroep van de Algemene wet bestuursrecht. Er kan dus niet geprocedeerd worden tegen de legger.

Nadeelcompensatie

Leggers hebben geen rechtstreekse gevolgen voor burgers en bedrijven. Daarom zijn leggers niet als schadeoorzaak aangewezen in artikel 15.1 van de Omgevingswet. Er geldt hiervoor dus geen nadeelcompensatie.

Overgangsrecht

Een legger onder de Waterwet kan blijven bestaan als legger onder de Omgevingswet. Tenminste voor zover het om de normatieve toestand gaat. Het gaat om het deel van de legger waarin staat waaraan waterstaatswerken moeten voldoen. Denk aan ligging, vorm, afmeting en constructie. Dit volgt uit artikel 4.59 van de Invoeringswet Omgevingswet.

Beschermingszones

Onder de Omgevingswet kan een legger geen beschermingszone meer vastleggen of wijzigen. Die zones gaan als beperkingengebied deel uitmaken van de waterschapverordening of Omgevingsregeling. Het overgangsrecht voor de beschermingszones is geregeld via het overgangsrecht van de waterschapsverordening. Dit volgt uit de Invoeringswet Omgevingswet, artikel 4.7. Als een beschermingszone onder de Waterwet onherroepelijk is, blijft dit gelden tot in de waterschapverordening een beperkingengebied is opgenomen.

Vrijstelling in provinciale verordening

In een provinciale verordening kan een vrijstelling van de leggerplicht staan op basis van artikel 5.1 lid 3 van de Waterwet. Deze vrijstelling blijft onder de Omgevingswet bestaan.