Oppervlaktewaterkwaliteit en programma

In programma's leggen overheden vast welke maatregelen ze nemen om omgevingswaarden te halen, evenals andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving. Dit geldt ook voor oppervlaktewater. Het Rijk stelt een nationaal waterprogramma op, de provincie een regionaal waterprogramma en het waterschap een waterbeheerprogramma.

Nationaal waterprogramma

Het Rijk moet een nationaal waterprogramma vaststellen om verschillende EU-richtlijnen uit te voeren. In de Omgevingswet is dit in artikel 3.9 terug te vinden. Het nationaal waterprogramma is het instrument voor het behalen van de omgevingswaarden en andere doelstellingen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW). De overheid neemt hiervoor maatregelen op in het programma. Dit volgt uit artikel 4.3 en 4.10 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In het nationaal waterprogramma staan maatregelen die het beste passen op nationaal niveau.

Omgevingsbesluit

Specifieke procedurele bepalingen voor het nationale waterprogramma staan in het Omgevingsbesluit (Ob), namelijk in artikel 10.16:

  • er vindt overleg plaats met andere staten, betrokken provincies, waterschappen en gemeenten
  • het programma wordt elke 6 jaar geactualiseerd
  • het programma is operationeel uiterlijk 3 jaar na de actualisatie

Het beheerplan voor de rijkswateren is niet langer een zelfstandig plan. Het beheer van de rijkswateren wordt opgenomen in het nationaal waterprogramma. Het bevat daarmee nationaal beleid en specifieke maatregelen voor alleen het hoofdwatersysteem.

Regionaal waterprogramma

De provincie stelt een regionaal waterprogramma vast om verschillende EU-richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Grondwaterrichtlijn (GWR), te implementeren. Dit staat in artikel 3.8 van de Omgevingswet. Ook neemt de provincie in het regionaal waterprogramma het provinciaal waterbeleid op. En coördineert de gebiedsgerichte uitoefening van taken en bevoegdheden door gemeenten en waterschappen (artikel 2.18 lid 1a Omgevingswet). De provincie is verantwoordelijk voor het behalen van de doelen uit de richtlijnen.

Specifiek voor het regionaal waterprogramma geldt dat met de uitvoering van de maatregelen in dat programma, aan de omgevingswaarden voor oppervlaktewaterkwaliteit moet worden voldaan. Dit volgt uit artikel 4.3 en 4.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Omgevingsbesluit

Specifieke procedurele bepalingen voor het regionale waterprogramma zijn opgenomen in het Omgevingsbesluit, namelijk in artikel 10.16:

  • Het programma wordt elke 6 jaar geactualiseerd.
  • Het programma is operationeel uiterlijk 3 jaar na de actualisatie.

Waterbeheerprogramma

Het waterschap stelt een waterbeheerprogramma vast voor de watersystemen die ze beheert. Ook deze programma's bevatten maatregelen voor onder andere de oppervlaktewaterkwaliteit. Deze vormen (gedeeltelijk) een uitwerking van de maatregelen uit de regionale waterprogramma's.

Als het waterschap een waterbeheerprogramma vaststelt, houdt het rekening met het regionale waterprogramma (artikel 3.7 Omgevingswet). Bovendien moet het waterschap, met de vaststelling van de waterbeheerprogramma's, aan de omgevingswaarden en andere doelstellingen voor onder andere zwemwater voldoen.

De provincie heeft de bevoegdheid aanvullende instructieregels op te stellen voor de waterbeheerprogramma's van de waterschappen in hun gebied. Dit staat in de nota van toelichting van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), juni 2017, paragraaf 7.2.1.

Omgevingsbesluit

Specifieke procedurele bepalingen voor het waterbeheerprogramma zijn opgenomen in het Omgevingsbesluit, namelijk in artikel 10.16:

  • Het programma wordt elke 6 jaar geactualiseerd.
  • Het programma is operationeel uiterlijk 3 jaar na de actualisatie.

Maatschappelijke functies in programma's

Het vaststellen van de maatschappelijke functies van water vindt onder meer plaats in het regionaal en nationaal waterprogramma. In afdeling 4.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan hiervoor instructieregels. De KRW verplicht de vastlegging van de maatschappelijke functies drinkwater en schelpdierwater. Het vastleggen van de functie schelpdierwater is alleen verplicht voor het nationaal waterprogramma. Het is aan de waterbeheerder om ervoor te zorgen dat het oppervlaktewaterkwaliteit aan de gestelde eisen voldoet.

Naast de verplichte maatschappelijke functies zullen overheden ook andere maatschappelijke functies, zoals (recreatieve) scheepvaart, vastleggen in hun programma's. Want deze maatschappelijke functies zijn ook van belang bij de uitvoering van de beheertaak. Dit volgt ook uit de definitie van 'beheer van watersystemen'.

Meer informatie