Vrijwillige (onverplichte) programma's

Een vrijwillig programma wil zeggen dat dit type programma uit eigen initiatief en behoefte inzetbaar is. De Omgevingswet noemt dit: ‘onverplicht programma'. Daarmee biedt dit instrument flexibiliteit in de vormgeving en uitwerking van beleidsdoelen. Van de 4 typen programma is dit de meest voorkomende.

Multisectoraal, alleen of samen

Een overheid kan dit type programma sectoraal, maar ook multisectoraal insteken. Ook kunnen meer overheden samen een programma opstellen. Bijvoorbeeld op het gebied van energietransitie. Het vrijwillige programma is in die zin geen nieuw instrument. Maar geeft wel stof tot nadenken over de inzet van dit instrument. Ook om in beeld te krijgen wat de relatie is tot de omgevingsvisie en de decentrale regels, zoals het omgevingsplan.

Een overheid die een vrijwillig programma opstelt, is vrij om dat programma inhoudelijk en/of procedureel te koppelen aan 1 of meer andere (verplichte) programma's.

Voorbeelden

  • de Omgevingswet noemt als vrijwillig programma specifiek het gemeentelijk rioleringsprogramma (art. 3.14 Ow)

Ook nu (2018) zijn er al veel beleidsdocumenten vastgesteld die qua inhoud zijn te kwalificeren als programma:

  • sectoraal beleid (horecabeleid, woonbeleid, verkeersbeleid, et cetera)
  • gebiedsgericht beleid (stedenbouwkundige visies, openbare ruimte-plannen)
  • combinaties daarvan, veelal onder een grote diversiteit aan benamingen

Dit zal ook onder de Omgevingswet doorgaan, grotendeels als vrijwillig ofwel onverplicht programma.

Meer informatie