Welke verplichtingen gelden er voor de afwijkactiviteit (omgevingsplanactiviteit)?

De vergunningplicht voor de afwijkactiviteit ontstaat als de activiteit in strijd is met de regels van het omgevingsplan. Voor een afwijkactiviteit kan op grond van artikel 5.1 lid 1 van de Omgevingswet vergunning worden verleend.

De Omgevingswet zoals die is vastgesteld geeft de gemeente geen bevoegdheid om in het omgevingsplan een zelfstandig vergunningstelsel in te stellen. De gemeente kan dat wel creëren door activiteiten in het omgevingsplan te verbieden. Vervolgens kan dan via een omgevingsvergunning voor een afwijkactiviteit alsnog een toestemming verleend worden. Op die wijze wordt toch een vergunningstelsel gemaakt voor die activiteit.


Vergunning omgevingsplanactiviteit

De vergunningplicht voor de omgevingsplanactiviteit kan op twee manieren ontstaan:

De regels in het omgevingsplan bevatten een vergunningplicht voor de activiteit. Deze bevoegdheid volgt uit de wijziging die met het concept voorstel voor de Invoeringswet Omgevingswet wordt ingevoegd in de Omgevingswet. In dat geval bevat het omgevingsplan ook beoordelingsregels. De beoordelingsregels maken duidelijk in welke situaties de vergunning kan worden verleend. In afdeling 8.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zal worden bepaald dat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit in de eerste plaats aan deze beoordelingsregels getoetst moet worden. Als de vergunning op basis van deze binnenplanse beoordelingsregels niet verleend kan worden, moet getoetst worden of de vergunning toch verleend kan worden met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

De activiteit is in strijd met regels van het omgevingsplan. In afdeling 8.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zal worden bepaald dat voor dergelijke activiteiten de vergunning kan worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.


Afwijkcapaciteit