Welke verplichtingen gelden er voor de beperkingengebiedactiviteit weg?

Voor de beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg kunnen een vergunningplicht, meldingsplicht en informatieplichten gelden. Deze verplichtingen zijn geregeld in hoofdstuk 8 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De grondslag voor deze vergunningplicht staat in artikel 5.1 lid 2 onder f van de Omgevingswet. Ook is er altijd een zorgplicht voor activiteiten rondom rijkswegen.

Kabels en leidingen: meldings- en informatieplicht

Voor het bouwen, aanleggen, plaatsen, in stand houden, slopen of verwijderen van kabels en leidingen in de bodem bij een rijksweg geldt een meldingsplicht. Dit is opgenomen in paragraaf 8.2.2 van het Bal. Hierin staat welke gegevens de melder bij de melding moeten aanleveren en welke andere informatieplichten er zijn.

In deze paragraaf staan ook technische regels voor werkzaamheden met kabels en leidingen. Voorbeelden hiervan zijn afstandseisen:  tot de weg, tot beplanting en tot andere kabels en leidingen. Er staan ook technische regels over boren en persen, mantelbuizen en over kruisingen van de kabels of leidingen met de weg.

Andere beperkingengebiedactiviteiten

Andere beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot wegen in beheer bij het rijk kunnen vergunningplichtig zijn (zie verder naar beneden). Activiteiten die niet zijn aangewezen als vergunningplichtig, hebben een meldingsplicht. Dit geldt ook voor activiteiten die niet expliciet genoemd zijn in artikel 8.16, lid 2, maar die wel onder de omschrijving van artikel 8.15 vallen.

Voor de beperkingengebiedactiviteiten die niet vergunningplichtig zijn, is een voorafgaande melding verplicht. De meldingsplicht (die geregeld is in artikel 8.17 van het Bal) is zowel van belang vanuit het oogpunt van veiligheid als vanuit het oogpunt van beheer.

Vanuit het veiligheidsoogpunt kan de wegbeheerder beoordelen of bijvoorbeeld verkeersmaatregelen nodig zijn.

Vanuit beheersoogpunt kan de wegbeheerder op de voorgenomen activiteit de planning van eventuele overige activiteiten van derden en de aanleg- en onderhoudstaken van Rijkswaterstaat afstemmen.

Vanwege de benodigde afstemming en voorbereiding van verkeersmaatregelen moet de melding uiterlijk 4 weken voor het begin van de activiteit plaatsvinden.

Vergunningplicht voor beperkingengebiedactiviteit bij rijkswegen

De vergunningplichtige beperkingengebiedactiviteiten bij rijkswegen zijn in artikel 8.16 van het Bal expliciet aangewezen. Het gaat hier om:

  • verrichten van werkzaamheden
  • bouwen, aanleggen, plaatsen of in stand houden van:
    • weginfrastructuur
    • informatieborden, met uitzondering van verkeerstekens en onderborden als bedoeld in artikel 14 van de Wegenverkeerswet 1994
    • een technische installatie voor een nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het wegverkeer of het reguleren van het wegverkeer
    • overige bouwwerken, andere werken die geen bouwwerken zijn, of andere objecten

Verzorgingsplaatsen

Een verzorgingsplaats bij een rijksweg is ingericht met een of meer voorzieningen zoals een tankstation, parkeerplaatsen en picknickplaatsen voor de gebruikers van een weg. Op een verzorgingsplaats zijn meer activiteiten vergunningvrij dan in de rest van het beperkingengebied.

Op een verzorgingsplaats geldt de vergunningplicht alleen voor de volgende activiteiten:

  • Het bouwen of in stand houden van een gebouw.
  • Het bouwen of in stand houden van een bouwwerk voor het leveren van energie aan voertuigen.
  • Het herinrichten van de verzorgingsplaats als dat nadelige gevolgen kan hebben voor de staat of werking van de weg.

Voor andere activiteiten op een verzorgingsplaats geldt geen vergunningplicht, maar een meldingsplicht.

Beoordelingsregels vergunning

Voor de beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg zijn beoordelingsregels opgenomen in afdeling 8.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het bevoegd gezag verleent een omgevingsvergunning voor zo’n activiteit als de activiteit geen nadelige gevolgen heeft voor de staat van de weg of de werking van de weg. Dit betekent dat kwaliteit en veiligheid van de weg niet mogen verminderen door de voorgenomen activiteit.

Er zijn verschillende deelbelangen te onderscheiden, waaronder in ieder geval:

  • veilig gebruik van de infrastructuur
  • doelmatig beheer van de infrastructuur
  • ongestoorde verkeersafwikkeling bij wegen
  • mogelijkheid tot verruiming of wijziging van de weg

Deze beoordelingsregels gelden alleen voor vergunningplichtige beperkingengebiedactiviteiten bij rijkswegen. Dit is terug te vinden in artikel 8.1 lid 1, aanhef en onder a van het Bkl.

Zorgplicht

Voor rijkswegen geldt ook altijd de zorgplicht. Een overzicht van wat deze plicht minstens inhoudt, is terug te vinden in artikel 8.6 van het Bal.