Oplossingen zoeken, casus wateroverlast

Bij het zoeken naar oplossingen in de casus wateroverlast is participatie een belangrijk onderdeel. De verschillende oplossingen worden toegelicht en in de beleidscyclus geplaatst.

De oplossingen uit stap 4 worden hieronder uitgewerkt. Deze oplossingen zijn geplaatst in verschillende fases van de beleidscyclus. De cijfers komen overeen met het nummer van de oplossing.

Beleidscyclus. De oplossingen zijn geplaatst in verschillende fases van de beleidscyclus. De cijfers komen overeen met het nummer van de oplossing.

Werken aan bewustwording (oplossing 1)

Oplossing 1 staat in de fase 'beleidsdoorwerking' van de beleidscyclus.

De gemeenten, waterschap en provincie willen werken aan bewustwording bij burgers en bedrijven. Ze willen dit doen door voorlichting en communicatie. Ze kiezen ervoor deze communicatieve maatregel vast te leggen in een gezamenlijk programma. Voor het bewustwordingsproces willen ze gebruik maken van een watertafel. De watertafel geeft inzicht in de effecten van maatregelen op de wateroverlast.

Voorbeeld watertafel waterschap

Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft een watertafel ontwikkeld. De tafel bestaat uit bebouwing, weilanden en verharde oppervlaktes en laat het effect zien van het veranderende klimaat. Bijvoorbeeld wat er gebeurt bij extreme regenbuien. Buien worden met een gieter over de stad uitgestort tot er sprake is van wateroverlast. Waar wateroverlast ontstaat, kunnen vervolgens weer ‘droge voeten’ worden gecreëerd. Met de watertafel kan spelenderwijs ervaren worden dat iedereen een rol heeft in het klimaatbestendig maken van zijn omgeving.

Vergroening wijken en waterberging (oplossing 2, 3 en 4)

Oplossing 2 en 4 staan in de fase 'uitvoering' van de beleidscyclus. Oplossing 3 is te vinden in de fase 'beleidsdoorwerking'.

Omgevingsvisie

De vergroening van wijken zit nog niet goed verankerd in de omgevingsvisie van gemeente A. Daarom past gemeente A haar omgevingsvisie aan. In de omgevingsvisie voegt de gemeente de doelstelling toe voor het vergroten van groen in het stedelijk gebied. De gemeente gaat alleen ruimte geven aan ontwikkelingen die bijdragen aan de vergroening.

Gezamenlijk programma

De gemeenten, waterschap en provincie gaan in hun gezamenlijk programma locaties van openbare ruimten aanwijzen die gemeenten binnen drie jaar groener gaan maken. De prioriteit ligt hier bij locaties waar volgens de klimaatstresstest hitte het grootste knelpunt is. Nieuwe ruimtelijke plannen gaan gemeenten, waterschap en provincie alleen toelaten als er per saldo meer groen komt.

Om te stimuleren dat ook burgers en bedrijven mee doen met de vergroening leggen de gemeenten, waterschap en provincie verschillende maatregelen vast in hun gezamenlijke programma. Zo willen de gemeenten stimuleren dat burgers hun tuinen onttegelen. Hierbij denken de gemeenten aan een combinatie van juridische-, financiële-, communicatie- en overige maatregelen:

Juridisch

In het omgevingsplannen van de gemeenten komt de volgende regel te staan:

Artikel x

Met het oog op het beperken van wateroverlast wordt, op een perceel dat voor meer dan 50% bestaat uit verhard oppervlak, voorzien in een minimale waterbergingscapaciteit van 20 l per m2, gerekend over het aantal vierkante meter verhard oppervlak dat dit percentage overschrijdt.

Toelichting

Verhard oppervlak voorkomt (voor een groot deel) dat neerslag in de bodem kan trekken. Tijdens buien leidt dit ertoe dat het water niet weg kan en versneld afstroomt naar de openbare riolering. De openbare riolering heeft – met name tijdens heftige buien – beperkte capaciteit.

Als maximaal 50% van een perceel bestaat uit verharding, blijft de hoeveelheid neerslag die versneld afstroomt naar het openbaar riool beperkt, omdat hemelwater in elk geval nog wel deels op het eigen perceel in de bodem kan trekken.

Bestaat echter méér dan 50% van het perceel uit verhard oppervlak, dan moet worden voorzien in een vorm van waterberging op eigen perceel, als compensatie voor de hoeveelheid hemelwater die anders versneld zou afstromen naar het openbaar riool. De gemeente schrijft niet voor hoe de waterbergingscapaciteit moet worden gerealiseerd. Het is bijvoorbeeld mogelijk om een infiltratiekrat in te graven en/of regentonnen te plaatsen. Er zijn veel verschillende manieren om in de voorgeschreven waterbergingscapaciteit te voorzien.

Financieel

Het gezamenlijk programma bevat de volgende financiële maatregelen:

  • Het waterschap komt met een subsidieregel die 50% van de kosten van het infiltratiekrat vergoedt.
  • De gemeente komt met een subsidieregel die 50% van de aanleg van een waterdak vergoedt.

Communicatie

Op de website van de gemeenten en het waterschap komen ook tips voor burgers wat ze zelf kunnen doen om wateroverlast te voorkomen.

Overige

De gemeente combineert de regels in het omgevingsplan met de volgende acties:

  • het inleveren van een tegel voor een plant
  • het gratis weghalen van tegels door de gemeente

Waterberging op meer locaties (oplossing 5)

Oplossing 5 is in de beleidscyclus terug te vinden op de overgang van de fase 'beleidsdoorwerking' naar de fase 'uitvoering'.

Omgevingsvisie

Gemeente A heeft in hun omgevingsvisie al de doelstelling staan voor het vergroten van de wateropvang binnen het stedelijk grondgebied. Een aanpassing van de omgevingsvisie vindt de gemeente niet nodig.

Gezamenlijk programma

De provincie, gemeenten en waterschap leggen in hun gezamenlijk programma ook maatregelen vast om te zorgen voor meer waterberging. Ze gaan binnen 5 jaar een waterberging realiseren en wadi’s aanleggen waar deze geen problemen oplevert voor de bereikbaarheid van hulpdiensten. In het gezamenlijk programma wijzen ze een aantal locaties aan waar waterberging gerealiseerd kan worden.

Waterschapsverordening

In de waterschapsverordening komt een regel dat bij nieuwe projecten (bijvoorbeeld een nieuwe woonwijk) minimaal 10% moet zijn ingericht als waterberging. In de waterschapsverordening komt de volgende regel te staan:

Artikel xxx

Met het oog op het beperken van wateroverlast wordt bij aanleg van meer dan 2000 m2 aan verhard oppervlak, oppervlaktewater aangelegd met een omvang van 10% van dat nieuwe verharde oppervlak.

Toelichting

Een forse toename van verhard oppervlak door nieuwbouw heeft effect op het oppervlaktewatersysteem. Verharding zorgt ervoor dat hemelwater sneller afwatert naar oppervlaktewater, terwijl (een deel van) dit water voorheen in de bodem trok. Het oppervlaktewater stroomafwaarts moet hierdoor tijdens hoosbuien meer water verwerken. Dit kan – in combinatie met andere lozingen op het oppervlaktewater – leiden tot wateroverlast. Daarom moet de toename van verhard oppervlak opgevangen worden door de aanleg van nieuw oppervlaktewater, zoals een sloot of vijver. De omvang van dit oppervlaktewater is afhankelijk van het aantal vierkante meters verharding dat wordt aangelegd. Stel een initiatiefnemer legt 3500 m2 nieuwe verharding aan, dan moet het oppervlaktewater een omvang hebben van 10% van deze toename, oftewel 350 m2.

Artikel 4.7 Omgevingswet biedt de mogelijkheid om gelijkwaardige maatregelen te nemen, in plaats van het aanleggen van oppervlaktewater. Hiervoor is wel voorafgaande toestemming vereist.

Waterberging voor proceswater bedrijven (oplossing 6)

Oplossing 6 wordt geplaatst  in de fase 'uitvoering' in de beleidscyclus.

Omgevingsplan

In gemeente A is de wateroverlast het grootst. De toekomstverwachting is dat er steeds heftigere regenbuien komen. Aangezien de capaciteit van het rioolstelsel beperkt is, moeten bedrijven in gemeente A een waterberging voor proceswater realiseren. Deze bedrijven mogen hun proceswater niet lozen bij hevige regenval. Dit wil gemeente A juridisch verankeren in haar omgevingsplan. Nieuwe bedrijven moeten ook direct een waterberging realiseren.

Voor de bestaande bedrijven geeft gemeente A een overgangstermijn voor het aanleggen van een waterberging. Gemeente A neemt hiervoor de volgende regel op in het omgevingsplan voor bedrijven:

Artikel xx

1. Met het oog op het beperken van wateroverlast wordt in het werkingsgebied [bedrijventerrein] geen proceswater geloosd tijdens neerslag met een intensiteit van meer dan [x] mm per uur.

2. Er is op het perceel een bergingscapaciteit van [x] m3 aanwezig voor de tijdelijke opvang van proceswater.

3. Het eerste en tweede lid gelden niet voor bedrijven die al aanwezig waren vóór de inwerkingtreding van dit omgevingsplan, tot uiterlijk [datum].

Toelichting

De capaciteit van het openbaar riool is beperkt. Tijdens hevige regenval kunnen afvoerpieken ontstaan door de combinatie van proceswaterlozingen en hemelwaterlozingen. Die afvoerpieken kunnen leiden tot overlast. Daarom heeft de gemeente een verbod opgenomen om proceswater te lozen tijdens heftige buien. Bedrijven moeten het proceswater (daarom) ook tijdelijk op eigen terrein kunnen bergen. Het proceswater mag na afloop van de bui weer op het openbaar riool worden geloosd.

Nieuwe bedrijven die proceswater lozen moeten zich direct aan het verbod houden, en bij start van de lozing beschikken over de voorgeschreven bergingscapaciteit van [x] m3. Voor bestaande bedrijven is dit anders. Zij moeten uiterlijk [datum] voldoen aan de bergingseis en het lozingsverbod. Het is voor bestaande bedrijven raadzaam om tijdig te anticiperen op deze uiterste termijn.

Wateroverlast - omgevingswaarde

Gemeente A overweegt om een omgevingswaarde voor wateroverlast in hun gebied vast te leggen. Bijvoorbeeld dat de waterhoogte op straat niet hoger mag zijn dan 20 cm. Of dat er maximaal vier keer per jaar een straat langer dan een half uur onder water mag staan. De verankering van een omgevingswaarde in het omgevingsplan van gemeente A zou er als volgt uit kunnen zien:

Artikel xxxx (omgevingswaarde wateroverlast)

1. Bij een bui die maximaal 1 x per 100 jaar optreedt, staat niet meer dan 20 cm water op straat.

2. Deze omgevingswaarde is een inspanningsverplichting.

Of

Artikel xxxx (omgevingswaarde wateroverlast)

1. Meer dan 10 cm water op straat gedurende meer dan een half uur treedt niet vaker op dan vier keer per jaar.

2. Deze omgevingswaarde is een inspanningsverplichting.

Toelichting

Door klimaatverandering neemt de kans op hevige en langdurige neerslag, en daarmee de kans op wateroverlast, toe. In de Nationale Omgevingsvisie wordt gewezen op het belang van klimaatadaptatie. De beleidsinzet is een robuust en toekomstgericht watersysteem, gericht op goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem.

Het voorkomen en beperken van wateroverlast heeft binnen onze gemeente een hoge prioriteit. Om dit te benadrukken heeft de gemeente een omgevingswaarde voor wateroverlast opgesteld. Deze omgevingswaarde heeft het karakter van een inspanningsverplichting. De gemeente spant zich in om haar omgevingswaarde te behalen door het nemen van maatregelen in de openbare ruimte.

Wel vraagt de gemeente A zich af of een omgevingswaarde in deze situatie een passend instrument is. Een omgevingswaarde brengt een monitoringsplicht en bij overschrijding een programmaplicht voor de gemeente mee. Burgers en bedrijven zouden daardoor ook het idee kunnen krijgen dat de verantwoordelijkheid voor het voorkomen van wateroverlast volledig bij de gemeente ligt en dat zij zelf daar niets aan bij hoeven te dragen. Het risico is dat de burger dan de gemeente gaat aanspreken. Om deze redenen besluit gemeente A dat een omgevingswaarde in dit geval niet een geschikt instrument is.

Gefaseerd afbouwen grondwateronttrekking (oplossing 7)

Oplossing 7 is geplaatst in fase 'uitvoering' van de beleidscyclus.

Het bedrijf dat wil stoppen met de grondwateronttrekking heeft een vergunning waar in deze casus de provincie het bevoegd gezag is. De provincie overlegt met het bedrijf om gefaseerd te stoppen met de grondwateronttrekking. Deze fasering regelt de provincie in de vergunning van het bedrijf. Dit geeft de provincie, het waterschap en de gemeenten de tijd om compenserende maatregelen te nemen om te voorkomen dat de wateroverlast groter wordt.

Heroverwegen droge natuur door de provincie (oplossing 8)

Oplossing 8 is te vinden in de fase 'beleidsontwikkeling' van de beleidscyclus.

De provincie stelt in hun omgevingsvisie de doelstelling voor droge natuur bij naar natte natuur. Dit pas beter bij de toekomstverwachtingen door klimaatverandering en het bedrijf dat wil stoppen met de grondwateronttrekking.